vrijdag 3 januari 2020

Preek Oudjaarsavond 31 december 2019

Eerste lezing uit de eerste brief van Johannes 1, 18-21
Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 1, 1-18.




Beste mensen,

wij zijn historische schepsels. We horen altijd bij de verleden tijd, het heden of in de toekomst. Meestal zeggen mensen dat het verleden de geschiedenis is, het heden is de realiteit en de toekomst is de hoop. Alles verandert in de loop van de tijd, in de loop van de jaren. Alles gebeurt ook in de tijd. Zowel wat we ons realiseren als wat we ons niet realiseren. Wij zijn dankbaar voor alles in het verleden, wat wij hebben meegemaakt en wat wij hebben gedaan. Vandaag is de werkelijkheid in onze gezichten. De tijd om te bezinnen, te herinneren en dankbaar te zijn en te bidden, dat wij tot nu toe nog ademhalen. Dat wij nog steeds gezond zijn. Dat wij hier bijeen mogen zijn. Dat wij elkaar in deze tijd ontmoeten. Sommigen denken misschien en zeggen, ja ik ben oud geworden, ik ben nog niet genoeg aan het leren, ik ga met pensioen, ik ben blij dat ik nog bij de familie kan zijn, dankzij God. Dat is de realiteit. Terwijl de toekomst nog een droom is en niemand weet wat er gaat gebeuren met ons leven, ons werk, onze diensten, onze familie, enzovoort. Maar de toekomst bevat altijd hoop, verlangens, een nieuw begin maken en waarschijnlijk is dat een uitdaging. Ieder van ons mag de vragen stellen, wie zijn wij eigenlijk? Wie ben ik in de toekomst? Wat is onze hoop, wat kan ik verlangen? En wat is de eindbestemming van ons leven of wat is de betekenis van alles?

Voor ons is het leven een gave Gods. Dat betekent dat het leven in het begin oorspronkelijk gepland was en leidde tot bepaalde doelen, tot een bepaalde tijd. Vanaf het begin wisten we nooit dat we in deze wereld zouden leven. Als dat zo is, hebben we goede redenen om ze te reflecteren.

We naderen het nieuwe jaar. Wat zullen we allemaal gaan doen? Wat gaan we meemaken? Een nieuw jaar is altijd  een tijd van verwachting. Misschien kent ieder van ons al een deel van zijn plannen, afspraken, dromen enz. in de toekomst, maar de toekomst is nog steeds vaag. Wie kent morgen? Het nieuwjaar is nog steeds een lege bladzijde, nog donker, een mysterie. Ook een uitdaging net als in de eerste lezing. Het toont ons een voorbeeld van de vele uitdagingen in ons dagelijkse leven. Het ontstaan van de antichristus. Dingen die ons tegenhouden in ons leven, die  tegen het licht en dat leven zijn. Daarin zitten uitdagingen, moeilijkheden, onzekerheden enz. Dat is de voorspelling die altijd zal uitkomen in het leven. De ervaring van op en neer. Up en down.  

Maar in het evangelie luisteren wij vandaag naar het licht en de zekerheid. In het begin was het Woord, het Woord is bij God en het Woord was God. Het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in zijn macht gekregen. Als onze leven een reis is dan hebben wij het licht nodig in het “donker” of duister nieuwjaar, hebben wij God altijd nodig als onze begeleider, als een vriend, als de kracht in ons leven. Het evangelie toont ons de zekerheid, voor ons reizen tijdens het nieuwe jaar, dat we niet in de donker blijven. Dat God ons niet in de steek laat, maar in het Licht en de zekerheid. In vertrouwen in God vinden we de betekenis en het doel in het leven.

Laten we opnieuw beginnen in het nieuwe jaar met vreugde en veel geluk. Tegen God mogen we zeggen: God, leid ons leven naar uw Licht. Tegen elkaar mogen wij zeggen: “Together we can” Samen kunnen wij verder gaan in het Licht van Christus. 2019 is bijna vervlogen. 2020 staat al voor de deur. Een nieuw jaar met nieuwe dromen. Alles krijgt een nieuwe kleur. Veel geluk en vrede. Veel liefde voor elkaar. Aandacht voor de naasten. Het wordt een prachtig jaar! 

Amen.


zondag 29 december 2019

Preek van zondag 29 december - Feest van De Heilige Familie


Eerste lezing: Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach, 3, 2-6. 12-14.
Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse, 3, 12-21.
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 2, 13-15. 19-23.

Feest van de Heilige Familie ( A )
Enkele dagen geleden vierden we het Feest van Kerstmis : de geboorte van het Kind Jezus in Bethlehem. Vandaag neemt de Liturgie ons mee naar het leven van de Heilige Familie: Jezus, Maria en Jozef. Hun leven werd door de Kerk dikwijls als inspiratiebron en voorbeeld gesteld voor onze families.                                                                                   

Echter, om tegenwoordig over het familieleven te spreken is niet zo eenvoudig. Dat is immers zo ontzettend veranderd in de laatste 40 jaar. Heel veel stellen gaan eerst een tijd samenwonen en sommigen trouwen dan na een aantal jaren, maar er zijn ook velen die nooit officieel een huwelijk sluiten. En van het slinkend aantal huwelijken dat gesloten wordt, wordt gezegd dat bijna de helft na korte of lange tijd weer uiteengaat en het aantal scheidingen blijft nog steeds stijgen. Met alle gevolgen van dien vooral voor de kinderen maar dikwijls ook voor de partners zelf en hun familieleden. Zo’n scheiding laat dikwijls nog jaren lang haar sporen na.. Hoeveel alleenstaande moeders hebben we niet? En zelfs alleenstaande vaders?  Allemaal situaties die 50 jaar geleden voor de katholieke kerk ondenkbaar waren.         
                                                                      

Moet de kerk in deze situatie het ideale huwelijk blijven propageren, vragen velen zich af? Moet de kerk geen andere manieren gaan zoeken om de mensen te begeleiden die dikwijls daaronder veel te lijden hebben?  De kerk is inderdaad op zoek, hoe met deze gecompliceerde situaties om te gaan en hoe de mensen daarin tot steun te zijn, zoals we verschillende keren bijvoorbeeld van Paus Franciscus horen.
Wat uit heel deze situatie duidelijk blijkt, is het feit dat het niet eenvoudig is om met twee mensen een huwelijksband op te bouwen, dat het niet zo is, zoals in nogal wat films wordt voorgesteld alsof dat het huwelijk het “happy end”  is en alle moeilijkheden daarmee worden opgelost. “Integendeel”, hoor ik veel van U zeggen, “dan begint het pas…”.  Immers, om tot een goed huwelijksleven te komen zijn heel wat opoffering, inspanning, geduld en zelfdiscipline nodig, is er dikwijls een lange weg te gaan.
In de Tweede Lezing van vandaag, de brief van de Hl. Paulus, komen we een aantal raadgevingen tegen om tot een goede verstandhouding tot elkaar te komen: in het huwelijksleven maar eigenlijk in elke situatie waar personen met elkaar samenwonen en/of samenwerken. Zeker in onze maatschappij die steeds multi cultureler wordt met mensen afkomstig uit veel andere landen, met hun verschillende ideeën en levenswijzen. In die zin is dit een Lezing die voor ons alle geldt : zowel gehuwden als ongehuwden, zowel Mensen met een Nederlandse als anderen met een niet Nederlandse afkomst/achtergrond.
Op de eerste plaats raadt Paulus ons aan om bescheiden te zijn, geduldig en goed voor elkaar. In ons dagelijks leven zijn we o zo gemakkelijk geneigd om eerst aan onszelf en dan pas aan het welzijn aan anderen te denken. (Daar betrapte ik laatst mezelf op, toen er een treinstoring was en er bussen als vervanging werden ingezet. Er waren te weinig bussen, dus de mensen begonnen te dringen want iedereen, ook ikzelf, wilde wel een plaatsje in de bus hebben om niet al te laat thuis te komen met het gevolg van dat het een dringen en duwen werd van ja welste).
Hoe moeilijk kan het ook zijn om geduld met elkaar te hebben, te erkennen dat de ander anders is en denkt dan ik, dat ik de mezelf moet overwinnen om niet mijn denk- en handelswijze aan de ander op te leggen maar de ander de ruimte te geven om op zijn/haar manier te spreken en te handelen.
Verdraagt elkaar, zegt St. Paulus. Misschien moeten we nog wel een stapje verder gaan als elkaar verdragen. Wellicht is de volgende noodzakelijke stap : elkaar waarderen in zijn/haar anders zijn dan ik.                                                             

En wellicht nog een stap verder: ook bereid zijn om van elkaar te leren. Ze zeggen wel eens dat heel het leven een leerproces is en dat je nooit te oud bent om te leren. Inderdaad, als we bescheiden zijn en niet alleen onze eigen haan willen doen kraaien, dan kunnen we in verschillende opzichten veel van elkaar leren.                                        De moeilijkheid hierbij is, dat we heel dikwijls eerst de negatieve kanten van de ander zien en hem/haar daarop beoordelen of veroordelen. En daarna misschien pas de positieve kanten. Dat is een hele kunst, dat vraagt een verandering van mentaliteit om eerst de positieve kant van iemand anders te zien en te waarderen. Maar als je daartoe in staat bent, dan gaat het leven er dikwijls heel anders uitzien en wordt het samenleven een stuk gemakkelijker.

Vervolgens zegt Paulus :”Vergeeft elkaar”. Wie van ons durft te zeggen dat hij/zij alles goed doet en geen vergeving nodig heeft? Hoe eerlijker je tegenover jezelf bent, hoe meer je ontdekt welke zwakheden je hebt en waarin jij je leven beteren moet. Vergeving is in de samenleving met mensen onder elkaar belangrijk: tegenover elkaar erkennen dat we iets verkeerd gedaan hebben en , zo nodig, zich daarvoor verontschuldigen en/of vergeving vragen. Hoe dikwijls lopen relaties stuk omdat de mensen niet de kracht en de moed hebben om zich te verontschuldigen. Diep in hun hart weten ze wel dat ze fout geweest zijn, maar om zich daarvoor te verontschuldigen of vergeving te vragen is voor vele te moeilijk, een stap te ver…Terwijl, wanneer we daartoe wel in staat zijn, die relaties weer een stuk beter kunnen worden.   
                                                                                                         
Paulus voegt hier aan toe: “Zoals God ons vergeven heeft”… In een passage van het Evangelie zegt Jezus: ”God zal je vergeven in de mate dat je anderen weet te vergeven..”. Met andere woorden: de weg van de vergeving door God gaat langs de weg van onze vergeving aan onze naasten. Wanneer je goed over die woorden nadenkt, dan besef je dat we dikwijls nog een hele weg hebben af te leggen. 

Voor een goede verstandhouding met elkaar, zowel in het huwelijk maar ook in de samenleving , is dialoog, het eerlijk en open spreken met elkaar heel belangrijk, hoe moeilijk dit soms ook kan zijn. Het niet spreken met elkaar zegt soms nog veel meer en kan soms nog veel zwaarder te dragen zijn dan het openlijk met elkaar bekvechten in harde bewoordingen. Wanneer er geen dialoog/gesprek is, dan kunnen twee personen langzamerhand helemaal uit elkaar groeien totdat het uiteindelijk tot een definitieve scheiding komt.                           

Ik had eens een gesprek met een echtpaar dat van elkaar scheidde wilde. Toen we naar de oorzaak van hun aflopende relatie aan het zoeken waren, zei de een op een gegeven ogenblik tegen de ander:” Indertijd heb je me iets gezegd wat ik nooit meer vergeten ben”. De ander echter vroeg: ”Maar wat heb ik dan gezegd; ik kan me dat echt niet herinneren? ”Waarom heb je me dat nooit gezegd?”. Door datgene wat de ander gekwetst had, niet uitgesproken te hebben, door er niet samen over gesproken te hebben, was wat een van hen gezegd had, een eigen leven gaan leiden en als een kanker gaan woekeren in hun beider relatie. Indien ze bijtijds hier samen over gesproken hadden, was dit wellicht te voorkomen geweest. Nu was het al zover gevorderd dat hun verhouding helemaal verziekt was en niet meer herstellen.                                                                                                           

Zoals het spreekwoord zegt dat het beter te voorkomen is dan te genezen, geldt dit ook voor onze onderlinge verhoudingen: wanneer we bijtijds met elkaar spreken over datgene wat ons dwars zit, kan een relatie dikwijls gered en soms zelfs verbeterd en verdiept worden.

Tenslotte, beste mensen, raadt Paulus ons aan om in ons leven dankbaar te zijn. Een Arabisch spreekwoord zegt dat een leven zonder dankbaarheid niet waard is om geleefd te worden. Dankbaar zijn in het bijzonder voor elkaar. We zijn aan elkaar gegeven om elkaar gelukkig te maken. Wanneer je zo’n houding hebt, dan kun je steeds meer positieve eigenschappen in de ander ontdekken, die waarderen en ervan leren. Dan zal het ook veel gemakkelijker zijn om met elkaar goed samen te leven, ondanks onze verschillen van karakter, meningen en levenswijze. Dan zullen we evenals de Hl. Familie gelukkig met elkaar kunnen zijn. Dat wens ik U van harte toe! Amen.

maandag 14 oktober 2019

Preek van zondag 13 oktober 2019 - Installatie pater Eko Sylvester svd


2 Kon. 5,14-17
Tim. 2,8-13
Luc. 17, 11-19




Zowel de Eerste als de Derde Lezing ( Evangelie) van vandaag beschrijven iets wat voor ons wellicht niet zo bijzonder is, maar voor de Joden van Jezus’ tijd wel: een niet Jood uit Syrië, Naäman, wordt van zijn melaatsheid genezen door zich onder te dompelen in de Joodse rivier de Jordaan. In het Evangelie horen we hoe Jezus enkele Samaritanen, vijanden van de Joden, genas. Bovendien waren dat mensen die melaats waren, personen die door de Joden verafschuwd werden omdat ze, volgens hen, onrein waren.
Jezus toonde, in de goede zin van het woord, een grensoverschrijdend of, als u wilt, een grensverleggend gedrag.                                                                         

Voor de Joden iets dat hun de wenkbrauwen deed fronsen want zij waren ervan overtuigd dat God op de eerste plaats zich om hen zou moeten bekommeren en niet om die “buitenlanders”. Ze hadden de mentaliteit die we ook in onze tijd weer kunnen horen : “ Ons land en onze cultuur op de eerste plaats”, n.a.v. die bekende zin “America first”. Een niet erg Bijbelse gedachten gang: zowel de profeet Elias als Jezus dachten en handelden heel anders, overtuigd als ze waren dat iedereen in de ogen van God gelijk is en dat iedereen recht heeft op erkenning en geluk. Ze vertoonden, in de goede zin van het woord: ”grensoverschrijdend of grensverleggend gedrag”.
Een van de kenmerken van een missiecongregatie zoals die van het Goddelijk Woord, de SVD, is de aandacht voor de wereld en haar problemen, aandacht voor de mensen in de wereld die verstoken zijn van datgene waaraan wij hier heel gewoon zijn zoals welvaart, comfort en een goede rechtspleging. In die zin tonen ze grensoverschrijdend of grensverleggend gedrag tonen.                                                         

Om die reden zijn in de afgelopen eeuw duizenden missionarissen van de SVD, maar ook van vele andere Congregaties, naar alle delen van de wereld getrokken om daar het Evangelie te verkondigen. En ze werden daarbij heel gul ondersteund door de mensen hier in Nederland.   
Die tijd is nu voorbij. Bijna niemand gaat nog hiervandaan om daar als missionaris te werken. Maar er is nu iets anders gebeurd, iets wat we ons vroeger nooit hadden kunnen indenken: priesters, broeders en zusters uit die landen waar wij vroeger gemissioneerd hebben, komen nu hiernaartoe om pastorale/missionaire taken uit te voeren. (Onze pater Eko is een van hen). Wij, Nederlanders, zijn daartoe niet meer in staat, aangezien bijna geen jonge mensen meer daartoe bereid zijn. In heel Nederland zijn op dit moment meer dan 200 priesters uit het buitenland werkzaam!

Verschillende mensen denken wellicht, dat zij de vroegere pastoor en kapelaans komen vervangen. Dat is maar gedeeltelijk waar. Immers, een priester zoals p. Eko is lid van de Congregatie van de Missionarissen van het Goddelijk Woord”. Hij is als missionaris hiernaartoe gekomen en niet louter als parochiepriester. Hij heeft een speciale Missie gekregen om die hier uit te dragen. Hij is hierheen gekomen om, zoals de Profeten en Jezus, grensoverschrijdend of grensverleggend te werk te gaan.

Het woord Missie en Missionaire Parochie worden tegenwoordig op veel plaatsen in Nederland ook door de Bisschoppen, Priesters en pastorale werkers gebruikt. Zij geven daarmee aan, dat wij allen, krachtens ons Doopsel en Vormsel, ons niet alleen met ons eigen persoonlijk, individueel heil moeten bezig houden als wel ons ook inzetten dat de Blijde Boodschap van het Evangelie gestalte krijgt in de wereld om ons heen. Dat is een goede zaak waar wij, de Missionarissen van het Goddelijk Woord, helemaal achter staan.

Maar daarbij willen we nog iets meer. We willen speciale aandacht besteden aan verschillende aspecten van deze Missie, aspecten die bij de gewone zielzorg soms een beetje in de schaduw blijven vanwege het vele werk. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wereldwijde karakter van die Missie te benadrukken: oog blijven houden voor de mensen en hun problemen in de wereld. Ons niet blind staren op alleen maar onze eigen omgeving en haar problemen. Het gaat erom contact te zoeken met de Moslims om ons heen en een vriendschappelijke relatie met hen opbouwen. Alsook Migranten en vluchtelingen bij te staan om een betere toekomst op te bouwen. Daarbij willen we ook speciale steun geven aan aspecten waarvoor deze parochie gelukkig al oog heeft : Bijbelapostolaat dat op een bijzondere manier zich manifesteert in de Bijbeltuin hier, alsook zorg voor mensen die het niet zo goed getroffen hebben als wij.           

We zijn hier niet alleen naartoe gekomen om het priestertekort op te vullen en de taken van pastoor en kapelaan op ons te nemen, als wel om speciale aandacht te geven aan de zojuist genoemd missionaire uitdagingen. We zijn hier gekomen als Missionarissen van het Goddelijk Woord om dat Woord op een grensverleggende manier te verkondigen, zodat deze parochie steeds meer een missionaire parochie wordt.

Maar dat kunnen wij niet alleen. Daar hebben we u voor nodig. We zijn blij en dankbaar dat we gedurende het afgelopen jaar zoveel sympathie en medewerking van velen van u hebben mogen ontvangen. Met uw steun en uw hulp zullen wij deze missionaire taken goed kunnen gaan uitvoeren.
Beste mensen, zowel Elias als Jezus zelf zijn buiten de bestaande paden getreden als dat de mensen van die tijd gewoon waren. Zo willen wij, Missionarissen van het Goddelijk Woord, met u samen, speciale nieuwe missionaire wegen gaan, grensoverschrijdend of grensverleggend te werk gaan zodat onze parochie steeds meer een missionaire parochie zal worden. Wij staan als zodanig tot uw beschikking en dienst. Dat God ons allen daarbij moge helpen!

Amen.

zondag 15 september 2019

Preek van zondag 15 september - De verloren zoon



Ex.32,7-11.13-14
Ps. 51 1 Tim. 1,12-17
Luc. 15,1-32 of 15,1-10

24e Zondag van het Jaar ( C )
De gelijkenis die we zojuist gehoord hebben, kennen we als de Parabel van de Verloren Zoon. Het is echter goed om te weten dat dit niet één parabel is als wel drie: de eerste van de jonge zoon die het verkeerde pad op gaat, zich echter bekeert en naar huis terugkomt, de tweede van de oudste broer die zich verongelijkt voelt en niet vergeven wil en de derde van de barmhartige Vader die alles door de vingers ziet en vergeeft.

(Bij het overwegen van deze parabels is het goed onszelf telkens af te vragen: bij wie van deze drie parabels hoor ik zelf? Bij welk van de parabels voel ik me het beste thuis? Immers, het Woord van God wordt verkondigd om onszelf af te vragen: Wie ben ik, hoe leef ik en hoe kan ik mijn leven zodanig inrichten dat ik iets van dat Woord van God in mijn eigen leven realiseer?)

De jongste zoon denkt zijn geluk te vinden in vrouwen en geld en na zijn vader geschoffeerd te hebben door nu al zijn erfenis van hem op te eisen, gaat hij op zoek daarna. Maar hij komt van de kouwe kermis thuis, zouden we kunnen zeggen. Hij ontdekt dat je daar wel een tijd plezier van kunt hebben, maar dat die je toch niet het ware geluk brengen.

En dan heeft hij de eerlijkheid om te erkennen dat hij fout is geweest én bovendien de moed om zich te verontschuldigen bij zijn vader en vergiffenis te vragen. Verkeerd doen in ons leven is menselijk en kun je bijna niet vermijden, zou je kunnen zeggen. Wat echter veel erger is, dat je dat niet wilt erkennen, dat je daar allerlei verontschuldigingen voor zoekt of nog erger, dat je daarvan de schuld aan anderen geeft. De kunst in ons leven is om te erkennen dat we zwak zijn, dat we fouten begaan, en dat we ons daarvoor weten te verontschuldigen bij anderen wanneer we hen benadeeld hebben.

De oudste zoon
of afgunstige broer is degene die altijd zijn plicht heeft gedaan, maar dat ook wil weten en daar trots op is. Hij ziet eigenlijk neer op degenen die niet zo goed zijn als hij. Hij is zoals de mensen die denken dat ze bijna alles goed doen in hun leven en heel kritisch kunnen zijn op anderen die niet zo goed leven als zij en die gemakkelijk een negatief oordeel vellen over anderen die het in hun ogen verkeerd doen.  En wanneer het hun slecht gaat, zullen ze gemakkelijk zeggen : “Hij/zij heeft zijn/haar verdiende loon” of, anders gezegd, “wie zich brandt, moet op de blaren zitten”.                                            
Maar het gebeurt nog al eens dat mensen die heel streng zijn in hun oordeel over anderen, eigenlijk in de grond van hun hart jaloers zijn op die anderen omdat die het wel aangedurfd hebben in hun leven te doen waartoe zij zelf de moed niet hadden. Bij voorbeeld mensen die heel streng oordelen over homo’s, hadden wellicht in het diepste van hun hart graag soortgelijke relaties had aangegaan. Maar ze verdringen die gevoelens. Of ze veroordelen streng een gescheiden persoon, terwijl ze diep in hun hart wellicht ook graag gescheiden waren, maar daartoe niet het lef hadden.  
Vooral bij mensen die min of meer goed leven, bestaat nog al eens het gevaar dat ze tevreden met zichzelf zijn en gemakkelijk over anderen oordelen of ze veroordelen die, volgens hen, maar raak doen en erop los leven. Soms kun je van hen ook het volgende horen: ”Ik ben plichtgetrouw maar dat wordt schijnbaat niet gewaardeerd. Ik doe altijd mijn best en toch zit het me dikwijls niet mee in het leven, terwijl anderen die er maar op los leven, altijd geluk in hun leven schijnen te hebben”. In de grond van ons hart verlangen we eigenlijk dat deze mensen gestraft worden voor hun slecht gedrag.
Hoe staan wij t.o.v. homoseksuelen, mensen die gescheiden zijn, drugsverslaafden of ook vluchtelingen? Hebben we daar een hard oordeel over of kunnen we begrip opbrengen voor deze mensen, hoe ze zo geworden zijn en hoe ze in de problemen gekomen zijn?  Kunnen we een invoelende , begripsvolle houding opbrengen t.o.v. deze mensen, naar het voorbeeld van de barmhartige en vergevende vader van de parabel die Jezus ons vertelt?
En dan de Parabel van de invoelende, begripsvolle en vergevende Vader. Hij zal zich diep gekwetst gevoeld hebben, toen de jongste zoon zijn erfdeel op een brutale manier opeiste. Maar hij zette zich daar overheen, respecteerde de vrijheid van zijn jongste zoon, zodanig dat hij hem gaf wat die van hem eiste, ondanks dat hij vreesde dat het verkeerd zou aflopen.  Hij deed dit ook in het vertrouwen dat het goed zou komen, aangezien hij bleef geloven in de goedheid van zijn jongste zoon. Daarom ook was hij staat zijn zoon te vergeven, toen die terugkwam om hem vergeving te vragen. 

Daarom kon hij zelfs heel blij zijn over de terugkomst en het berouw van zijn zoon. Want in en door zijn invoelende en begripsvolle houding zag hij dat zijn jongste zoon als een ander, een beter mens was teruggekomen door de verschrikkelijke ervaring die hij meegemaakt had. Daarom kon hij ook van harte vergeven ondanks dat zijn zoon hem zo beledigd en gekwetst had vóór zijn vertrek. Dat hielp hem om daar niet op terug te komen. Integendeel : hij vergaf hem van harte.Wanneer je soms hoort hoe hard sommige mensen voor elkaar kunnen zijn of wanneer je hoort en leest dat de rechters tegenwoordig veel strenger zijn in hun oordeel dan vroeger en strengere straffen uitdelen, ”omdat de mensen dat willen”, dan vraag je je af: hebben die mensen iets begrepen van wat Jezus in deze Parabel ons zeggen wil? Kunnen de mensen begrip opbrengen voor de personen die in hun leven verkeerde dingen hebben gedaan?  Proberen ze in te voelen wat in het binnenste van iemand anders leeft, ook al is hij/zij een misdadiger? Hebben we er voldoende oog voor dat deze mensen later weer verder moeten in hun leven? Zien we een gevangenisstraf alleen maar als een straf voor wat iemand verkeerd gedaan heeft of ook als een mogelijkheid voor die personen om zich te bezinnen over wat hij/zij verkeerd gedaan hebben zodat ze na hun straf uitgezeten te hebben, een nieuwe fase in hun leven kunnen beginnen?
Hoeveel families liggen niet uit elkaar omdat ze elkaar niet weten te vergeven vanwege een geschil over een familie erfenis of omdat er iets gebeurd is wat ze niet meer willen vergeven en/of vergeven?

Monseigneur Muskens, de vroegere bisschop van Breda, vertelde eens wat hij zelf meegemaakt had: in een Brabants dorp reed een dronken man een kind van 7 jaar dood. Iedereen ontzettend boos natuurlijk op die man en hem toewensend dat hij jaren in de gevangenis zou moeten blijven. Behalve de vader van het overreden jongetje: die ging met die man praten in de gevangenis en bleef hem daar bezoeken terwijl hij zijn  gevangenisstraf uitzat. De mensen begrepen er niets maar de vader zei: ”Voor deze man moet het ook verschrikkelijk zijn wat hij in een dronken bui gedaan heeft… Hij moet toch ook weer verder met zijn leven wanneer hij eenmaal zijn straf heeft uitgezeten”.  Kijk ,deze man had iets begrepen van de parabel van de Barmhartige vader…..
Bij welk van de parabels herken ik trekken van mezelf? Bij welk van de parabels voel ik me het meest thuis?

dinsdag 6 november 2018

Allerzielen 2018


Allerzielen 2018

Klaagliederen 3,17-26
Brief van Paulus aan de Romeinen 5,5-11 
Evangelie volgens Johannes 14,1-6 

Als wij on ons gewone taalgebruik iets zalig willen noemen, bedoelen wij iets fijns, aangenaams, lekkers. Maar daarmee wordt het wel een beetje materialistisch ingevuld. En veel mensen denken ook zo over de hemel. Alsof dat een soort reünie is, waarbij het aardse leven verder gaat aan een soort zalig diner. Het is wel juist dat de hemel een fijne en aangename bestemming is voor elke mens. Het is ook natuurlijk onze wens om een stuk van de hemel ook zelf te ervaren. Of als iemand overleden is dat die geliefde naar de hemel toe gaat waar er zonder pijn en verdriet meer is.

Eerlijk gezegd, weet niemand helemaal niet hoe de hemel precies er uit ziet, alle ideeën dus zijn maar menselijke voorstellingen. Wel weten we dat degenen die er zijn aangekomen meestal niet zo’n gezellig leven achter de rug hebben.

Gisteren hadden wij het feest van Allerheiligen. En misschien denken wij dat onze heiligen perfecte leven hadden maar zij hebben allemaal veel leed moeten verdragen of zelfs hun leven moeten geven door hun bloed te vergieten. Bijvoorbeeld de moeder van Jezus zelf, Maria. Moeder Teresa, Johannes de doper, etc. … En er zijn ook andere heiligen die liefdevolle en zachtaardige mensen hebben zeer moeten lijden onder de hardheid van de wereld om hun heen. Dus niet zo ver van ons eigen leven. Maar ze hebben de uitdagingen in het leven met buitengewoon geloof volhard.

Ze zijn ook gewone mensen zoals ons maar ze zijn heel goed in een belangrijk ding.  De weg van jezus te volgen. Vanavond vieren wij het feest van Allerzielen. Maar het is helemaal verbonden met het feest van gisteren. Dat wij allemaal geroepen zijn naar de weg tot heiligheid.

Een kind die een heilig wilden worden, was eens aan het bidden. Maar toen haar opa haar hoorde , hij hoorde haar het alfabet eerbiedig en op gedempte toon opzeggen. Hij wachtte af totdat ze klaar was en vroeg: “wat ben je aan het doen lieverd?” ‘ik bid opa’ zei het meisje. ‘ik kon niet op de juiste woorden komen, dus heb ik alle letters maar gezegd. En ik weet dat God zal wel in de juiste volgorde zetten, want hij weet precies wat ik denk.’
Lieve zusters en broeders. Heiligheid is dus geen kwestie van gewone actie, nee, maar het is het geloof en vertrouwen in actie. Zonder veel vertrouwen aan God en genoeg geduld om naar God te luisteren lijkt het wel een onmogelijke toekomst voor ons allen.    

Vandaag worden wij dus allemaal uitgenodigd om onze roeping weer te herinneren. Zoals de heiligen die de weg van Jezus voor ogen hadden, mogen ook wij een diepe band met Jezus hebben en de weg ook van de heiligen met grote blijmoedigheid kiezen. De roeping om heilig te zijn is dus niet alleen maar voor een paar gekozene mensen, maar het is een roeping voor iedereen, daarom vieren wij 1 en 2 november samen met elkaar, en niet als twee verschillende feesten. Vanwege deze roeping die wij ook allemaal delen met de heiligen.

Broeders en zusters In onze huidige cultuur van ongeduld en individualisme  mogen ook we volharden in onze roeping als kinderen van God. Altijd bewust dat wij ook geroepen zijn om een  van de heiligen te zijn.

Vanavond bidden wij samen voor onze overledenen zusters en broeders, dat ze ook het eeuwige licht van God voor eeuwig mogen aanvaarden.  Samen met alle heiligen, bidden wij nu ook vanavond om meer vertrouwen en geduld te hebben in ons hart. Dat de pijn van ons verlies kan overwonnen worden door vreugde in een nieuw leven met Jezus, zodat wij ook een krachtige getuigenis mogen geven als kinderen van God.



donderdag 25 oktober 2018

Preek van zondag 21 oktober - Dienend Leiderschap

Jesaja 53,10-11

Hebreeën 

 4,14-16 Evangelie volgens Marcus 10,42-45



Wie wil eigenlijk niet "de grootste" zijn?

Als een student op de basisschool stond ik ook vroeger bij een paar van mijn klasgenoten om te zien wie het grootste was. Tot mijn grote teleurstelling heb ik het nooit gered.

Maar hoeveel hebben wij al gehoord van een vriend of vriendin, of iemand - die woorden van vergelijking tussen dit en dat; dat hij of zij meer verdiend dan hem of haar, of hij/zij een grotere auto heeft, of zijn/haar kleren veel duurder zijn en zijn/haar huis is groter of mooier!.. of bij een sport evenement, ons team is beter en groter, of dit of dat land is veel groter, rijker, mooier dan andere landen.

Het is een eindeloze strijd om te bewijzen wie de grootste is. Het wordt zelfs de reden voor twee wereldoorlogen. Het verlangen om de grootste te zijn, en om het te bewijzen.

Wat betekent eigenlijk grootheid? Wie is het grootste in de ogen van God? Het wordt weer de vraag voor ons allen vandaag. Zelfs tussen de apostelen, deze keer de zonen van Zebedeus zien wij vandaag deze menselijk verlangen.     

De grote Russische romanschrijver Leo Tolstoi schreef een sprekend verhaal in verband met dit reflectiepunt.

Drie vrouwen gingen water halen bij de bron. Een oude man hoorde hoe die vrouwen om beurt hun zonen loofden. "Mijn zoon," zei de eerste, "overtreft alle andere kinderen van het dorp in behendigheid." "Mijn zoon," zei de tweede, "heeft een stem als een nachtegaal. Als hij zingt valt alles stil en iedereen luistert naar hem." De derde vrouw zweeg. "Waarom zeg jij niets over jouw zoon?" vroegen de anderen. "Ik zou niet weten waarin ik hem bijzonder zou kunnen loven. Hij is een heel gewone jongen, hij heeft niets bijzonders, maar ik hoop dat hij goed zijn man zal kunnen zijn." - De vrouwen namen hun emmers in de hand en gingen naar huis. De oude man volgde hen. Hij zag hoe zwaar die emmers waren en het verwonderde hem dan ook niet dat ze na enige tijd hun last weer op de grond zetten. De drie zonen kwamen hen tegemoet. De eerste duikelde drie keer kopje over en stond dan weer met zijn beide benen op de grond. "Wat een handige jongen," riepen de vrouwen. De tweede stemde een lied aan en de vrouwen luisterden met tranen in hun ogen. De derde ging naar zijn moeder en zwijgend droeg hij de zware emmers naar huis. De vrouwen vroegen aan de oude man: "wat zeg je van onze zonen?" "Uw zonen...," zei de man verwonderd, "ik zag maar één zoon. Alleen de jongen die zijn moeder hielp, heeft zich als zoon gedragen".

Vandaag in onze evangelielezing heeft de Heer gezegd "Wie van u groot wil zijn, moet de dienaar van allen zijn." In andere woorden De grootheid van iemand openbaart zich volgens Jezus in het dienen. Daaraan in het verhaal van Tolstoi had de oude man de ware zoon herkend.

Daaraan zal men ook een ware christen gaan erkennen. Daaraan zal men ook de Kerk van Jezus herkennen. Want een Kerk die niet dient, betekent ook niets.

De eerste lezing uit Jesaja vandaag spreekt ook over het leidende dienaar als de bron van rechtvaardiging voor de mensen. wie is het grootste in het rijk Gods? Wie wil groot zijn? Moet een dienaar van de ander zijn.

Zusters en broeders, mogen wij ook als kinderen van God  in de geest van het voorbeeld van Jezus leven, een dienaar worden met onzelfzuchtige liefde en toewijding. Dat wij erkend mogen worden in de grootheid van ons vertrouwen en  dienstbaarheid zoals onze heer Jezus Christus. 

Amen


Kees van Lent, vandaag vieren wij ook deze viering als een teken van dankbaarheid. Wij hopen en bieden dat je bij ons nog veel jaren kan zijn als een herder een dienaar van Gods liefde.  - afgelopen donderdag leerde ik ook weer iets van Kees die precies past bij zijn 70 jaar feest --- een tekst uit Psalm (90:10)       
9
Ja, in uw verbolgenheid wenden zich al onze dagen,
ons vergaan onze jaren als een zucht.
10
De dagen onzer jaren, daarin gaan zeventig jaar,
tachtig jaar als we sterk zijn


vrijdag 19 oktober 2018


Preek van 14 oktober

Wijsheid. 7,7-11
Brief van de apostel Paulus aan de Hebreeën. 4,12-13
Evangelie volgens Marcus 10,17-30

Misschien moeten wij vandaag beginnen met een paar belangrijke vragen. Wat betekent gelukkig zijn voor uw? Heeft het te doen met schoonheid? Of macht? Populariteit? Of veel rijkdom hebben? Vaak, zien wij deze beelden in de media, online, op TV of via de reclames die wij regelmatig zien, mensen die gelukkig zijn omdat ze dit en dat hebben. Het wordt ook de psychologie van zoveel mensen.  

Als je bijvoorbeeld soms de beelden ziet van de spanende parties en festivals hier in Europa en die gaat vergelijken met de gezichten van bijvoorbeeld de armen in Afrika of Azië, dan treft u een enorm verschil. Is de ene nu dus gelukkiger dan de ander?

Op een dag nam de vader van een zeer rijke familie zijn zoon mee op reis naar het platteland met de bedoeling hem te tonen hoe de armen leven, zodat hij dankbaar zou worden voor zijn rijkdom. Ze brachten een paar dagen en nachten door op een boerderij, waar een zeer arme familie woonde.

Bij terugkeer van de reis, vroeg de vader aan zijn zoon: “Hoe vond je de reis?” “Het was fantastisch, papa.” De vader vroeg: “Zag je hoe arm mensen kunnen zijn?” “Oh zeker”, ant­woordde de zoon. “Wat heb je van de reis geleerd?”, vroeg de vader.

De zoon antwoordt: “Ik zie dat wij één hond hebben en zij hebben er vier. Wij hebben een zwem­bad dat tot het midden van onze tuin reikt en zij hebben een beek die geen einde heeft. Wij hebben lantaarns in onze tuin en zij hebben de sterren in de nacht. Ons terras bereikt de voorwerf en zij heb­ben de hele horizon. Wij hebben een klein stuk land om op te leven en zij hebben velden die verder reiken dan wij kunnen zien. Wij hebben bedienden, maar zij dienen anderen. Wij kopen ons voedsel, maar zij kweken hun voedsel. Wij hebben muren rondom ons om ons te beschermen, maar zij heb­ben vrienden die hun beschermen.”

Door deze woorden werd de vader sprakeloos. De zoon voegde toe:  “Bedankt papa, dat je me toonde hoe arm we zijn.”

Zusters en broeders Rijkdom is een woord dat vele ladingen dekt. Van bezit en geld en juwelen tot gezondheid en vriendschap. Jezus in onze evangelie lezing vandaag spreekt ook niet tegen rijkdom maar over hoe wij omgaan met het rijkdom. In onze huidige wereld nu is het wel de neiging dat wij zelfs de eigendom worden van wat wij bezitten.

Wat hij vond in de jonge man is niet zijn onbereidheid om alles dat hij bezit te verkopen, maar zijn gehechtheid tot wat hij bezit. Jezus gebruikte zelfs een heel duidelijk beeld in onze lezing:

“wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan.
Voor een kameel is het gemakkelijker
door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
 


In de oude verdedigingsmuur van  Jerusalem was er een peertje die het oog van een naald heet, en voor de kameeltjes daar door te laten gaan moeten ze alle dingen/bagages in de rug van de kameeltjes weg halen.
  
De bedoeling van het evangelie is niet het radicale of spectaculaire uitdelen van uw bezittingen/ of van wat wij bezitten. Maar onze openheid om vrijgevig te zijn. Om ongehecht te worden aan wat wij bezitten. In onze huidige maatschappij, Wij houden van klagen maar niet zo maar van waarderen, wij houden van meer hebben maar niet zo maar van dankbaar te zijn. Hier in Nederland leven wij in zo’n comfortabele omgeving. Daarom tot nu tu vraag ik me af waarom zijn zo veel mensen heel depressief en verdrietig terwijl in de arme wijk bij het vuilnisbelt waar ik werkte in de Filippijnen voor meer dan een jaar ondanks de armoede zag ik zo veel hoop en vreugde. Ze hadden geen muren om hun privacy te hebben maar ze hadden elkaar om de liefde iedere dag te voelen. Zusters en broeders het is niet mijn bedoeling om de armoede te verheerlijken. Nee, maar het is wel een reflectiepunt. Ik vraag me af waarom ondanks het rijkdom zijn zo veel mensen nog ongelukkig. 

Lieve zusters en broeders misschien is dit precies het punt van de heer, de grote drijfkracht van ons leven zijn niet eigenlijk de materiele dingen die wij hebben maar de schatten van het hart. Dit is de wijsheid die wij kunnen leren uit onze eerste lezing vandaag die groter is dan scepters en tronen. Zusters en broeders mogen het woord van God ons altijd inspireren om de ware schat en rijkdom in ons leven te vinden. De openingswoorden van de brief aan de Hebreeën , Het woord van God is levend en krachtig, mogen het ook zo zijn in ons eigen leven zodat wij in het proces een bron van geluk en vrede zijn voor elkaar en voor de ander.

Amen.