zondag 26 juli 2020

Zeventiende zondag door het  jaar (A)
Het boek Koningen 3,5.7-12 -
psalm 119 –
Brief van de Heilige apostel Pulus aan de christenen in Rome 8, 28-30
Uit het Evangelie volgens Mattheüs 13,44-52


Beste Mensen, 

De lezingen die we zojuist hebben gehoord nodigen ons allen uit om goed na te denken over wat we eigenlijk nodig hebben, waar we naar verlangen of smachten. Het gaat niet alleen over onze dagelijkse behoeften, of onze wekelijkse afspraken. Onze dromen en toekomstige doelen om iets te bereiken of te hebben. Het gaat niet om tijdelijke dingen plannen, maar het gaat over de diepste vraag en behoefte van ons bestaan. Een heel diep mysterie. 

In de eerste lezing, horen we het verhaal van Salomo. In zijn gebed of droom aan God, vraagt God, “vraag wat je wilt-Ik zal je geven” Stel dat God dat nu aan jou zou vragen, wat zou je zeggen? Wat zou jij willen hebben? Je mag uit alles kiezen, ik zelf zal kiezen om goed Nederlands te kunnen spreken. Dat heeft het te maken met mensen, niet voor mezelf, maar dat ik net als Salomo mensen kan helpen. Door een beter taalgebruik kan ik beter met mensen communiceren.
Salomo vraagt niet om een lang leven, enorme rijkdom of grote macht. Hij vraagt iets anders. Voor Salomo, is dat zijn diepste verlangen. En dat komt voort uit de  situatie dat hij nog jong is en misschien ook wel wat onzeker om zijn volk te besturen. Zijn verlangen komt voort uit zijn behoeftes. Iets dat hij echt nodig heeft. In het verhaal van Salomo, zien we dat zijn vraag een missionair aspect heeft “zodat ik uw volk kan besturen en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, recht en onrecht”. 

Voor Salomo, God is zijn schat. 
Stel dat  Je wordt geboren, van kind tot puber groei je op, je vind een baan, je settelt je in een relatie, je familie groeit, je wordt oud, je bereikt je pensioen, je kijkt terug op je leven. Je familie wordt kleiner, mensen vallen weg en uiteindelijk zal je ook zelf overlijden. Wat is jouw verlangen in dit leven, heb je alles bereikt of zijn er nog dingen niet tot je gekomen? 

In de parabels van vandaag toont Jezus aan ons dat de behoefte of het verlangen naar God een heel diep commitment is om te bereiken. Stel dat veel mensen hard werken om hun droom te vervullen. Ze doen alles zolang ze kunnen. 

We hebben verlangens. Een verlangen dat niet over materiele dingen gaan, of over een fysiek aspect van het leven (zoals Salomo) maar een filosofisch verlangen van ons bestaan. Wie ben ik in deze wereld? wat kan ik voor de mensen betekenen? wat kan ik verwachten? Waar ga ik naartoe nadat het leven in de wereld voorbij is. Dergelijke vragen komen uit de bodem van ons leven. Vandaag nodigen en dagen de woorden van God ons allen uit, om het antwoord te geven. Waar verlang ik ten diepste naar? 

Een paar maanden geleden, kwam ik bij een dame van 90 jaar oud op bezoek. Tijdens ons gesprek zei ze, “Mijn leven is rijk en mooi. Want ik geloof in God en ik heb Hem. Hij is mijn schat. Ik heb alles en een goed leven gehad, God is mijn doel. We hebben God echt nodig. Misschien ben je nog jong en druk bezig met de wereld om je heen, denk je veel en geloof je niet, maar op het einde moet je alles loslaten, behalve je geloof, je hart en verlangen naar God. en dat is je schat. Je brengt hem tot het einde van je leven.  Die dame is ernstig ziek, maar ze sprak met een volle glimlach op haar gezicht een echte optimist. 

Voor ons die hier aanwezig zijn, vragen we ons af. Waar verlangen we ten diepste naar? Vraag wat je wilt, zei God en Ik zal het je geven. Salomo heeft een mooi voorbeeld aan ons gegeven, de mens uit de parabels verkopen hun eigen bezit om de parels en de verborgen schat te kopen. Ze laten hun leven los om waardevolle dingen te hebben, hoe kunnen wij onze schat gebruiken om God te ervaren? 

Mensen die getrouwd zijn of verlieft op elkaar roepen elkaar aan met het woord “schat” Dat betekent dan hij of zij is van mij. Je bent de mijne. Ik voel liefde voor hem/haar. De enige waar mijn liefde voor altijd mee verbonden is. Als God je schat is, ben je niet en nooit verloren omdat Hij er altijd voor jou is,  je zal daar nooit spijt van krijgen als God jouw schat is. Maar als je schat een mens is bereid je dan voor dat je hem of haar eens los zal moeten laten. Je weet niet wanneer dat moment er zal zijn of wanneer het gaat komen. Je wordt dan alleen achtergelaten. En als je in God geloofd, verlies je niets. 

Laten we bidden, dat we nooit moe zijn om bij God te blijven en geworteld zijn in liefde. Hij is onze schat die ons uitnodigt om Hem te zoeken en te blijven voor altijd. 
In de psalm lezen wij:
“Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God.
Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God;
wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen? Psalm 42:2-3


zondag 10 mei 2020

Vijfde Zondag van Pasen ( A)

Vijfde Zondag van Pasen ( A)

Eerste lezing Handelingen der Apostelen, 6, 1-7
Tweede LezingUit de eerste brief van de heilige apostel Petrus, 2, 4-9
Evangelie  Johannes, 14, 1-12.

Een tijd geleden kwam ik een neef tegen die ik al jaren niet meer had gezien. Zijn vader, mijn oom, die ik vroeger heel goed gekend had, was al een tijdje geleden overleden. Toen ik die neef zag en hij mij aansprak, schrok ik eigenlijk : het leek wel of dat zijn vader, mijn oom, voor mij stond: zo precies hetzelfde gezicht en dezelfde manier van spreken en gesticuleren. Spontaan zei ik tegen hem: ”Joh, wat lijk jij op je vader”. “Nou”, zei mijn tante, ”daar heb je helemaal gelijk in. En dat geldt niet alleen voor zijn uiterlijk: ook in zijn doen en laten heeft hij dikwijls veel weg van zijn vader”.
Vandaag horen we in het Evangelie Jezus zeggen:” Filippus, wie Mij ziet, ziet de Vader; wie Mij hoort, hoort de Vader”. Met andere woorden: zoals ik ben, zo is de Vader. Zo als ik barmhartig ben, zo is ook mijn Vader barmhartig. Zoals ik me bekommer om de armen en degenen die aan de zelfkant van de maatschappij leven, zo is ook mijn Vader. Zoals ik bedroefd ben, wanneer de mensen bedroefd zijn, zo lijdt ook mijn Vader met de mensen die lijden.                                                                                                       
Wie van ons heeft niet eens het verlangen om God nu werkelijk ter zien zoals Hij is? Al is het maar voor enkele momenten?  Gelukkig hebben we Iemand door wie wij God enigszins kunnen kennen: de Persoon van Jezus. Dat is een groot privilege waar we heel dankbaar voor mogen zijn.  Vele mensen in de loop van de eeuwen hebben God willen zien, maar ze hebben Hem niet gezien, maar wij hebben dat voorrecht wel gekregen door de Persoon van Jezus. 
Het is daarom zaak Hem zo goed mogelijk te leren kennen, bijvoorbeeld door de Evangelies te lezen en te bemediteren. Het is niet voor niets dat in elke Eucharistieviering een stuk uit het Evangelie wordt gelezen. Dat wil ons helpen om de Persoon van Jezus  steeds beter te leren kennen, zijn leven en zijn woorden en zijn manier van handelen. Want op die manier zullen wij  God, zijn en onze Vader, steeds beter leren kennen.

We horen Jezus ook zeggen: ”Ik ben de weg, de waarheid en het leven”. Door Hem kunnen we tot God komen. Hij geeft ons de richting waarheen we moeten gaan in ons leven om tot die God en onze Vader te komen. Via Hem komen we tot het werkelijke, het ware leven of de waarheid, zoals Hij het zelf uitdrukt. Door Hem komen we ook tot het ware leven dat echt geluk brengt. Vele mensen zoeken het geluk in hun leven maar ze zoeken dat dikwijls waar het niet te vinden is : in zichzelf of in de bevrediging van hun lusten en/of behoeften. Terwijl we het echte geluk pas vinden wanneer we het geluk van anderen op de eerste plaats zoeken. We zullen in het leven gelukkig zijn, in de mate dat we anderen gelukkig weten te maken. In dit opzicht geldt nog altijd de beroemde zin van President Kennedy: ”Vraag niet wat de maatschappij voor jou kan doen als wel wat jij voor de maatschappij kunt doen. Een echt Bijbelse zin die zo uit het Evangelie gehaald zou kunnen zijn. Want dat zal ook het ware geluk in je leven brengen.

Maar er is nog iets anders: we hebben niet alleen de taak om Jezus steeds beter te leren kennen en onze relatie met Hem te verdiepen en te versterken. Op grond van het Doopsel en het Vormsel dat we ontvangen hebben, hebben wij nu die taak van Jezus gekregen om iets van God aan de mensen om ons heen te laten zien. Christen zijn betekent niet alleen, om het in termen van vroeger uit te drukken, voor je eigen zielenheil te zorgen, als wel ook om te zorgen dat je zo leeft dat de mensen door en in ons God op de een of andere manier leren kennen en/of zien.        
                                                                         
Is dat niet te veel gevraagd, zal de een of ander wellicht tegenwerpen? Toch niet! Jezus zegt niet voor niets aan ieder van ons: ”Laat alles achter en volg mij”. of ook :”Neem mijn kruis op en volg mij”. En vandaag voegt Hij eraan toe: ”Wie in Mij gelooft, zal ook de werken die ik doe, ja zelfs nog grotere”. We hebben dat bij verschillende mensen in onze geschiedenis kunnen zien: zoals Ignatius van Loyola, Dietrich Bonnhoeffer, Martin Luther King, Zuster Theresa van Calcutta, Paus Johannes de XXIII en vele anderen.

Dit doet me denken aan een voorval dat ik op het platte land in Paraguay eens meemaakte. Naast een eenvoudige godsdienstige boerenvrouw met een groot gezin, woonde een eenzame oude man die absoluut niets met het geloof wilde te maken hebben. Hij was verbitterd door alles wat hij in zijn leven had meegemaakt. Hij lachte de vrouw uit wanneer hij haar zag bidden of wanneer ze hem sprak over het geloof waarmee ze zo blij en gelukkig was. Op een dag werd hij ziek en omdat niemand zich om hem bekommerde, begon de vrouw hem te verzorgen. Ondanks dat, kon die het niet laten, om de draak te steken met wat alles ze zei over het geloof of wanneer hij haar zag bidden. Maar de vrouw trok zich daar weinig van aan en ging rustig en zwijgzaam verder. Toen hij uiteindelijk op sterven lag, zei hij tegen de vrouw: ”Door allerlei omstandigheden geloofde ik in niets en niemand meer in mijn leven, ook niet in God. Maar door jou heb ik iets van God gezien”. 
Wij hebben als christen, als gedoopte de taak om aan de mensen op de een of andere manier te laten zien hoe God is.                                     

De  nu volgende tekst drukt dat goed uit:
God heeft onze ogen nodig om het leed van de mensen in de wereld te zien.                                        
God heeft ons in staat gesteld om te lopen om daarheen te gaan waar mensen zijn die het moeilijk hebben.                                                                                       
God heeft ons gehoor nodig om naar de mensen met aandacht te luisteren wanneer ze hun nood aan ons klagen.                                           
God heeft onze stem nodig om mensen bemoedigende woorden in te spreken wanneer ze moedeloos zijn door alles wat ze meemaken.
God heeft onze armen nodig om de mensen te omarmen om hen moed en kracht te  geven.                  
God heeft ons hart nodig om de mensen werkelijk lief te hebben.

Zijn wij in staat om zo te leven dat de mensen rondom ons iets van God kunnen zien?

Amen.

zondag 5 april 2020

Preek Palmpasen 5 april 2020



Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja, 50, 4-7.
Evangelie Matteüs, 26, 14 - 27, 66.


Beste mensen, lieve kinderen met familie thuis, jongeren en allen.

Aan het begin van deze viering hebben wij een bijzonder en prachtig verhaal gehoord van Pastoor Rob Mascini over Noach. Noach zat met zijn familie, alle beesten en dieren op de boot. Heel lang zaten ze daar want het water stond nog hoog en je kan niet naar buiten gaan. Alles gebeurt  gewoon in de boot. Maar op één dag heeft Noach een duif weggestuurd om te kijken of ze ergens een plek vinden om hun boot aan te meren. Gelukkig komt op de derde dag de duif terug met een palmtakje in zijn bek. En dat was een blije boodschap voor iedereen in de boot. Het palmtakje is een symbool van hoop, groen van vruchtbaarheid en het leven.

Als wij nu naar onze dagen kijken, waar wij niet naar buiten mogen gaan, of niet buiten mogen spelen vanwege het corona virus dan kunnen wij ook ons voorstellen hoe vreselijk dat is. De situatie van het verhaal van Noach lijkt een beetje op onze dagen nu. Wij mogen niet naar buiten gaan. Ook niet naar de kerk. Wij moeten nog blijven met de familie thuis. Wij wachten op de goede dag die zal komen.

Noach is een bijzondere man die vol vertrouwen is in God. Hoewel Hij en zijn familie doen niks in de boot maar hij heeft hoop en verlangen dat God ze wilt helpen.  Noach vertrouwt zijn familie aan God toe. Dat is de enige manier om te doen wanneer wij echt in de moeilijkheden zitten. Hoop geeft leven. Hoop geeft kracht. Toen Noach naar het palmtakje keek in de bek van de duif, kreeg hij ook nieuwe hoop en kracht. Dat de overstroming voorbij zal gaan, de deuren gaan open. Dan mogen we met veel plezier naar school, feest vieren en zo voort.

Vandaag vieren we palm zondag. Het is een bijzondere zondag want:

Ten eerste, In het verhaal van Noach bracht de duif een palmtakje, symbool van hoop maar vandaag brengen wijzelf de palmtakjes. Wij hebben hoop, troost voor en aan elkaar. Met palmtakjes, met hoop komen wij allemaal Jezus, God tegemoet. Als Jezus een ezeltje nodig heeft om naar mensen toe te gaan, heeft Jezus ook ons nodig om troost en hoop te brengen naar andere mensen. In het bijzonder degenen die nu ziek, alleen, wanhopig, angstig zijn. In de eerste lezing horen wij, ‘God, de Heer, heeft mij een tong gegeven, waarmee ik goed kan spreken. Ik kan mensen die moe zijn, weer moed geven. Lieve kinderen, jullie tekeningen en creatieve dingen gaat Bernadet straks meenemen voor onze ouderen in de Meerstede, dat is prachtig. Jullie geven moed en troost aan hen. Hartelijk bedankt voor dat.

Ten tweede in deze viering herdenken wij dat God heel dicht bij ons komt. Jezus komt naar ons toe, ‘Gezegend hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’ Hij is niet alleen een profeet en koning maar Hij zelf is God die heel van ons houdt. Palmzondag is niet het einde van zijn tocht maar het is wel een bevestiging en verklaring aan de wereld dat Hij de Koning van de wereld is. Ook Hij de koning heeft soms verdriet, voelt zich alleen en heeft tet lijden moeten ervaren. Hij neemt het lijden van iedereen op zich van armen tot prinses en prinsessen. Hij wil zeggen, Ik ben hier voor jullie. Na deze tocht naar Jerusalem komt het verhaal van Pasen, De pijn en tranen zijn nog niet voorbij. Maar wij hebben toch hoop. Want na Goede vrijdag komt Pasen. Wij gaan straks de palm takjes sturen, pakken en geven aan elkaar. Niet de duif.

Beste mensen, In de naam van de Heer, laten we elkaar moed, troost en kracht geven aan in je familie. Voor oma en opa die nu waarschijnlijk ver weg zijn.. met mensen die ziek zijn. Met de wereld vol met kennissen, vrienden. Wij geloven dat na de duisternis het leven komt, na palmzondag en Goede vrijdag komt Pasen. Een verrijzenis en bevrijding. Laten wij onze bijzondere tijd nemen voor de familie en bereiden wij ons voor, op deze goede Week. 

Amen.



zondag 22 maart 2020

VIERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD (Jaar A)

VIERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD (Jaar A)
Zondag 'Laetare"

Eerste lezing: Uit het eerste boek Samuël, 16, 1b. 6-7. 10-13a.
Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze, 5, 8-14.

Evangelie volgens Johannes, 9, 1-41.


Beste mensen,

Wat zijn deze dagen? Corona virus of covid 19. We weten allemaal wat gebeurd is om ons heen. Het zijn wereldwijde angst en zorgen geworden voor iedereen. Wanneer zal het overgaan? We weten het nog niet. Wat wij kunnen doen, is lekker thuis blijven. Wij moeten afstand nemen van elkaar. Vele vragen zijn er gekomen. Waarom? Wat is er gebeurt in ons leven? 


In het evangelie van vandaag horen wij ook de vragen van de leerlingen. “Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders? Nee, Hij niet en zijn ouders ook niet. Maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.” Antwoord Jezus. Het gaat niet over de oorzaak en gevolg of wie dat gemaakt heeft.  


Maar in feite is dat hij zo. Blind en bedelaar.In feite is het helemaal donker. Kijk niet naar het uiterlijk. Feit is dat het corona virus de wereld aan het teisteren is, er zijn vele slachtoffers. 

Het is zeker dat, als wij naar de zieken kijken, als wij horen dat vele mensen zijn getroffen of overleden vanwege corona virus, word ons hart bedroeft en zijn wij sprakeloos. Ook als wij naar de degenen die in moeilijkheden kijken en zo voort. Voelen wij echt met hen mee. Het is ergen vreselijk voor allen!

Beste mensen, wij zijn kwetsbare mensen. Het lijden willen wij natuurlijk helemaal niet. We proberen om het te voorkomen en vermijden, maar als het toch gebeurt dan rest ons overgave en ook tijdens deze overgave kunnen wij verder kijken. Het lijden is erin aanwezig, maar ook compassie, aandacht voor elkaar. Grote solidariteit. Aan de ene kant is lijden erg zwaar, verdriet, pijn voor degenen die lijden, maar aan de andere kant raakt het je hart diep. Het lijden wekt onze menselijkheid, aandacht en solidariteit op. Het lijden verbindt en brengt mensen dichter bij elkaar. Omdat je hart geraakt wordt. We kijken naar de bedelaar, ook een blinde man toen hij alleen was. We kunnen ons voorstellen als je blind bent dan is het helemaal donker. Weinig of misschien helemaal geen contact met de mensen. Door zijn ziekte of lijden zijn mensen verbonden met elkaar. De farizeeën, de ouders, en de leerlingen.

Om ons heen zegt en waarschuwt iedereen elkaar. Doe voorzichtig, altijd handenwassen, afstand nemen anderhalve meter of meer. Thuis blijven, we bidden voor elkaar, geef elkaar bemoediging en zo voort. Door deze manier komen mensen bij elkaar. En zijn wij verbonden.

Het is waarschijnlijk anders als wij allemaal gezond zijn, het ziet er goed uit, iedereen is goed bezig met zijn werk. Maar voorlopig is dat niet zo. wij nemen een beetje afstand. Ik zie jullie nu natuurlijk niet maar toch zijn we verbonden met elkaar in het diepe hart en in de gebeden. 


Volgens de liturgische kalender zijn deze dagen eigenlijk een tijd om afstand te nemen, niet allen van het corona virus maar wel een tijd van bezinning, veertigdagentijd-vastentijd. Afstand nemen van al waar we verslaafd aan zijn. Een tijd voor familie, thuis-voelen. Een tijd om goed te kijken met open hart. Een tijd om goed te luisteren naar de stem van God, een tijd om terug te keren, een tijd om zelf te kijken hoe kwetsbaar we zijn. Het is wellicht niet wat wij willen maar dat kunnen we wel doen zolang we de hele dag thuisblijven. We mogen deze moeilijke tijd  “woestijntijd” noemen voor ons zelf.


Als het woestijntijd is dan geloven wij wel dat vandaag niet het einde is. De blinde man weet niet precies wanneer hij Jezus tegen gaat komen. Wat hij weet nadat Jezus hem geneest is dat hij kon zien. Dat was het. De goede tijd zal zichtbaar worden. Het wonder. Het licht zou komen. Laten wij samen luisteren met de blinde man naar de stem van God. “Gelooft u in de Mensenzoon?” en bidden wij:  


“Ik geloof Heer. God, kom ons te helpen, Heer haast u ons te helpen. God redt ons”

Amen














maandag 10 februari 2020

Vijfde zondag in het jaar (A)

Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja, 58, 7-10.
Tweede lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 2, 1-5.
Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 5, 13-16.

5e Zondag ( A )

Afgelopen Zondag zijn we wat dieper ingegaan op de woorden van Simeon in de tempel, toen hij het Kind Jezus in zijn armen nam en zei:” Dit Kind zal een Licht zijn voor de volkeren ” en op het Woord van Jezus: “Ik ben het licht der wereld”,  alsook : ”Jullie moeten het licht der wereld zijn”. Van ons, zijn navolgers, wordt verwacht dat wij, geïnspireerd door zijn leven en zijn woorden, een lichtbaken zijn voor de mensen om ons heen door onze manier van denken en handelen.
Vandaag zullen we wat dieper ingaan op Jezus’ woorden in het Evangelie: ”Jullie zijn het zout van de aarde”.
Wanneer vlees wat langer bewaard wordt, dan wordt dit flink gezouten om het niet te laten bederven.
Zout geeft bovendien smaak aan onze maaltijden. Degenen die om een of andere reden een zoutloos dieet moeten gebruiken, weten maar al te goed, hoe moeilijk het in het begin is om daaraan te wennen. En ook al zeggen velen: ”Och je went er wel aan”, toch denk ik dat de meesten, wanneer de dokter zou zeggen: ”u mag weer zout gaan gebruiken”, ze weer heel gauw naar het zoutvaatje zullen grijpen want zou maakt het eten toch wat smakelijker.

Aan mensen die een lage bloeddruk hebben, wordt integendeel nog al eens aangeraden om regelmatig een beetje zout in te nemen om de bloeddruk wat op te krikken. Zout kan ook stuwing en kracht aan het menselijk lichaam geven.

Als navolgers van Jezus krijgen we de taak om ervoor te zorgen dat het leven in de wereld, in de maatschappij niet bederft. Er is veel moreel bederf in onze wereld. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien hoe vele waarden van het leven gevaar lopen: eerlijkheid is dikwijls ver te zoeken: hoe dikwijls horen we niet dat mensen van coöperaties of andere instellingen, de verleiding niet kunnen weerstaan en geld dat voor de gemeenschap bedoeld is, in hun eigen zak steken. En dat tot in de hoogste regionen toe. We zien en horen dat verschillende Banken die de hoofdoorzaak waren van de financiële en economische crisis 10 jaar geleden, niets geleerd lijken te hebben en opnieuw hun risicovolle praktijken weer hebben opgepakt en zich niet bekommeren of dat in de toekomst niet opnieuw een crisis kan veroorzaken. Maar ook in het klein komen we nog al eens mensen tegen die het niet zo nauw nemen met eerlijkheid: gelden die ze voor de gemeenschap beheren, gebruiken ze voor hun eigen voordeel. Geld is als vuur in onze handen”, zegt een bekend gezegde. Je hebt een open en eerlijke geest nodig alsook een sterke geest om te kunnen weerstaan aan de verleiding om dat niet voor je eigen gewin te gebruiken. Hopelijk zijn wij in dit opzicht een lichtend voorbeeld voor de anderen en een getuigenis van transparantie en eerlijkheid voor de maatschappij en in die zin : “Zout van de aarde”.                                                                                                    

Maar ditzelfde geldt voor vele andere waarden in het dagelijkse leven die verloren dreigen te gaan zoals respect voor de andere personen: hoeveel discriminatie van bevolkingsgroepen komen we niet tegen, bijvoorbeeld van Moslims of dé buitenlanders, vluchtelingen, migranten, homo’s of transgenders.                                                                                                               
Of neem de waarheid in een wereld waar het z. g. n. “fakenieuws” dikwijls de overhand dreigt te krijgen. Het cynische woord van Pilatus :”Wat is waarheid?” wordt tegenwoordig door veel mensen herhaald, in het bijzonder door politici die het niet zo nauw nemen met de waarheid en die verdraaien wanneer dat in hun straatje te pas komt. Dat z. g. n. fakenieuws heeft al voor veel onrust en verdeeldheid onder de mensen gezorgd.           
                                                                   
Of de rechtvaardigheid: de kloof tussen arm en rijk wordt ook in Nederland steeds groter, hoewel het de meeste Nederlanders goed tot zeer goed gaat. Het is onze taak om daar tegen te protesteren en iets te doen en in die zin zout der aarde te zijn en ons er niet gemakzuchtig vanaf maken met: ”Wat kan ik daar nu tegen doen?”. Wanneer ieder van ons op zijn plaats of werk voor een rechtvaardiger maatschappij strijdt, kan dat van grote invloed zijn op het geheel.

Zout geeft smaak aan het eten. Het christelijk leven moet smaak geven aan het dagelijkse leven van de mensen. Sommige mensen denken dat een christelijk leven betekent : zoveel mogelijk naar de kerk gaan, zoveel mogelijk bidden, altijd een serieus gezicht opzetten en je niet bezig houden met wereldse dingen zoals feestvieren en gezellig met elkaar samenzijn of uitgaan. Ik zou zeggen : het tegendeel. Hopelijk hebben de mensen het graag met ons te doen, omdat we van gezelligheid houden, het gezellig weten te maken in huis maar ook daarbuiten, mensen die een aangename sfeer weten te scheppen om hen heen. Want dat kan een teken zijn van de zorg om voor anderen het leven aangenaam te maken. Hopelijk zeggen de mensen van ons, christenen: “Wat een fijne mensen zijn dat; het is een plezier om met hen om te gaan”. Ook bij feesten en bijzondere gelegenheden kunnen we dat waar maken. Hoeveel afspraken of herstel van relaties gebeuren juist niet door iemand voor een etentje uit te nodigen? En horen we in het Evangelie niet dat Jezus verschillende keren deelnaam aan maaltijden waarbij Hij uitgenodigd was en Hij die gelegenheden benutte om de mensen te vertellen over wat hem bezielde?              
                                                                                                   
We horen Jezus verschillende keren zeggen: Zout en Licht voor de mensen of voor de wereld zijn. Gedoopt zijn, christen zijn betekent niet alleen voor jezelf een goed en deugdzaam leven leiden. Nee, we hebben de taak gekregen iets voor de wereld te betekenen. Niet voor niets voegt Hij achter de woorden over het zout, onmiddellijk de woorden toe: ”Jullie zijn het licht van de wereld… Jullie licht moet schijnen voor de mensen opdat zij jullie goede daden zien en jullie Vader verheerlijken die in de hemel is..”.
Op dit moment bestaat het gevaar dat de kerk, dat de parochie zich in zichzelf opsluit. We zien nog al eens dat mensen die nog wel praktiserend blijven, zich tevreden stellen met fijn bij elkaar samen komen en/of een mooie en goed verzorgde Liturgie op zondagen met mooie teksten en mooie gezangen of koren te hebben. Daar is niets op tegen… integendeel! Maar we moeten niet denken dat dit voldoende is. Immers, dit kan in een soort “navelstaren” ontaarden: alleen maar met je zelf of je eigen gemeenschap bezig zijn. Dat is te begrijpen in een tijd waarin steeds minder mensen naar de kerk gaan en steeds minder mensen belangstelling lijken te hebben voor kerk en Evangelie. Maar in het Evangelie horen we heel dikwijls dat we op de een of andere manier iets voor de wereld moeten betekenen en dat we allemaal de taak hebben om zo te leven en te werken dat door ons de maatschappij beter wordt en meer in overeenstemming zoals God die wereld heeft bedoeld.

Het laatste Vaticaans Concilie heeft hier al over gesproken wanneer ze in een document zegt: “De Kerk moet het Licht van de wereld zijn”. En Paus Franciscus herhaalt voortdurend dat de wereld als een groot veldhospitaal is waar vele mensen ziek zijn en voor wie wij de taak hebben om manieren te zoeken die hen kunnen genezen van hun teleurstelling, hun wanhoop, wellicht hun woede voor wat hen is aangedaan of wat ze meegemaakt hebben en hen bijstand bieden in hun zoektocht naar geluk. Hij spreekt voortdurend over een missionaire kerk en - parochie. Een parochiegemeenschap mag zich niet tevreden stellen met een goede liturgieverzorging maar moet middelen blijven zoeken om van betekenis te zijn voor het goed functioneren van de maatschappij en zich in het bijzonder inzetten voor de zwakkeren daarin. Een parochie bovendien waarin de barmhartigheid een sterk kenmerk is : barmhartig t.o.v. die mensen die wellicht niet helemaal de regels van diezelfde kerk volgen of dikwijls om een of andere reden niet kunnen volgen.  Open staan voor mensen die zeggen dat ze in niets geloven, een luisterend oor voor hen hebben, hun opvattingen serieus nemen. Maar ook een luisterend oor hebben voor mensen die je voor de zoveelste keer hun verhaal willen vertellen, een verhaal dat dikwijls vol zit met teleurstellingen, leed of opgekropte woede vanwege het een of ander dat ze meegemaakt hebben of hen aangedaan is.                                                                                                   

Wij, christenen hebben in de ene hand de Bijbel, de Hl. Schrift nodig en in de andere hand de televisie of de krant. We hebben het Woord van God nodig om ons te laten inspireren om de wereld beter te maken en bij te dragen aan een maatschappij die eerlijker, meer barmhartig en rechtvaardiger  is. Vandaar dat de Diaconie in verschillende vormen zo belangrijk is in een parochie gemeenschap.
Voortdurend moeten we ons de vraag stellen, zoals die zo mooi op de voorpagina van ons tekstboekje van vandaag wordt weergegeven : ”Zijn wij in de wereld zout en licht voor elkaar?

zondag 2 februari 2020

Maria Lichtmis - 2 februari 2020



Eerste lezing: Uit de profeet Maleachi, 3, 1-4.Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Hebreeën, 2, 14-18.
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 2, 22-40.


Vele ouderen onder ons kennen nog de term Maria Lichtmis. Maar wanneer je dan vraagt wat die uitdrukking betekent, dan moeten wellicht velen het antwoord schuldig blijven.                                          
Bij de hervorming van de Liturgie, na het Tweede Vaticaans Concilie, werd de term Maria Lichtmis veranderd in  :”De opdracht van de Heer in de tempel”. Hiermee werd de hoofd aandacht verschoven van Maria naar de Persoon van Jezus die als eerstgeboren zoon plechtig aan God werd toegewijd.                                                                                                          

Maria en Jozef  waren, zoals bij de Joden na de geboorte van een kind gebruik was, naar de tempel gegaan om daar een offer te brengen en ze ontmoetten daar twee oudere mensen: Simeon en Anna. We horen Simeon daar God dankzeggen voor de geboorte van dit Kind want, zo zegt hij, “dit zal bestemd zijn om het volk te redden van de duisternis van zonde, onheil, haat, ongeluk , wanhoop en vele andere soorten van duisternis die ons in het leven treffen. En dit Kind zal een licht zijn voor alle volkeren”.

Een jaar of 30 geleden, werd ik pastoor in een plaats in het binnenland van Paraguay waar nog geen elektrisch licht was. Het kostte me in het begin heel wat moeite om daaraan ter wennen en me te moeten regelen met kaarsen, petroleum- of karbiet lampen. Na een tijdje echter kwam er elektrisch licht. Vanaf dat moment veranderde het dagelijkse leven van de mensen totaal. Gingen ze daarvoor ’s avonds vroeg naar bed en bestond er praktisch geen nachtleven, nu organiseerden ze ’s avonds allerlei activiteiten en feesten. Was het voorheen ’s avonds, wanneer het eenmaal donker was, onveilig buiten en durfden de mensen, vooral de vrouwen, bijna de straat niet op en bleven de meeste mensen thuis, nu gingen ze juist als het donker werd en hun werk afgelopen was, naar buiten voor allerhande activiteiten.  Het dorpsleven kreeg in korte tijd een heel ander gezicht: je kende het bijna niet meer terug.
Sindsdien heb ik verschillende teksten van de Bijbel beter begrepen die spreken over het licht dat door de Profeten word voorspeld of over het Licht dat God voor ons wil zijn. Of wanneer Jezus zegt: “Ik ben het Licht van de wereld van de mensen”.                                             
Hij is het Licht van de wereld door zijn Woord en zijn leven. Ze zijn voor ons als een licht op ons levenspad. Door zijn woord laat Hij licht schijnen op God, zijn en onze Vader. Immers, door Hem weten we veel beter wie God is en welke weg leidt naar God toe. Immers, Hij heeft gezegd: ”Wie Mij ziet, ziet de Vader, wie Mij hoort , hoort de Vader..”. Hij heeft ons ook leren zien welke weg naar het werkelijke geluk in het leven leidt, in het bijzonder door niet zozeer aan zichzelf te denken als wel aan het geluk van onze medemensen, door onze openheid , eerlijkheid, door onze solidariteit. Naar zijn voorbeeld en inspiratie wordt van ons, zijn volgelingen, verwacht dat wij een licht zijn voor onze medemensen door onze manier van spreken en leven.                                                                                                

In en door Jezus is het Woord van de Profeten werkelijk vervuld: De duisternis van het leven van de mensen wordt door Hem op allerlei manieren verlicht.

Jammer genoeg zien we om ons heen heel wat duisternis in de wereld: je kunt er gemakkelijk door ontmoedigd worden: oorlogen, aanslagen , mensen die in armoede en onrechtvaardige situaties leven, vluchtelingen die op hun zoektocht naar een betere toekomst door mensensmokkelaars uitgebuit worden en in een gammel bootje op zee verdrinken. Daarbij ook veel onrechtvaardigheid van mensen die het goed hebben, bankiers die meer aan hun eigen zak denken dan aan het welzijn van de mensen en ga zo maar door. Alsook duisternis in de mensen om ons heen: ziekte en tegenslag, wanhoop soms of mensen die door politici tegen elkaar opgezet worden. Felle discussies over levensbeëindiging, zwarte Pietendiscussie en ga zo maar door.                                                  
En wellicht hebben we in ons eigen persoonlijk leven te maken met momenten van duisternis vanwege ziekte, tegenslag, teleurstelling, of depressies.

Jammer genoeg gedragen nogal wat politici zich niet zodanig dat ze een lichtend voorbeeld voor ons zijn. Integendeel! Wanneer we bijvoorbeeld sommige van hen hardop horen zeggen dat hun land op de eerste plaats komt en dat ze anderen alleen zullen helpen , wanneer hen dat goed uitkomt of tot voordeel strekt, dan inspireert dat meer tot een groeiend egoïsme en schadelijk individualisme dan tot een geest van solidariteit naar de andere mensen toe.

We zijn wellicht geneigd om pessimistisch te worden, wanneer we al dat negatieve om ons heen te zien en daardoor heel kritisch worden. Dan is het goed om ons dat Chinese spreekwoord te herinneren dat eigenlijk heel bijbels is: ”Klaag niet voortdurend dat er zoveel duisternis in de wereld om je heen is, maar steek zelf een kaars van licht en hoop aan. Wanneer vele mensen van goede wil dat doen, dan zal er een groot licht verschijnen dat de mensen in de wereld verlicht”.

Van de andere kant hoeven we ook niet al te pessimistisch te zijn: gelukkig is er ook genoeg positief licht in onze wereld. Op dit moment is er een televisieprogramma gaande waarin getoond wordt hoe in de wijken van verschillende steden gepoogd wordt om de mensen dichterbij elkaar te brengen: dit als tegenwicht tegen de vele berichten over wijken waar de mensen steeds meer uit elkaar groeien. Wanneer je zo iets ziet, dan denk je: “Oh er zijn naast het vele negatieve nieuws toch ook heel mooie positieve dingen aan de hand”. Of kijk alleen maar aan die man of vrouw die iedere dag trouw zijn/haar partner in een rondstoel ergens naartoe rijdt. Of de vele vrijwilligers die in de voedselbank aan het werk zijn of anderen die mensen die van het buitenland komen, de Nederlandse taal proberen bij te brengen. Of de vader die ik in Breda elke middag met zijn gehandicapte zoon voorzichtig langs mijn huis zag voorbij schuifelen. En zo zou ik nog vele andere voorbeelden kunnen aanhalen. Er zijn gelukkig ook heel wat mensen of gebeurtenissen die een licht zijn in onze wereld en die een tegenwicht vormen tegen de vele negatieve berichten die we dagelijks zien of horen.

Bij de Liturgie van het Doopsel wordt op zeker moment een kaars aan de Paaskaars aangestoken, symbool van de Verrezen Heer. Daarbij wordt gezegd:” Ontvang het licht van de Verrezen Heer Jezus Christus.. Laat U in uw leven inspireren door zijn woorden en leven.. En wees een licht voor de anderen door uw manier van spreken en handelen..”. Inderdaad, dat is een taak die wij, navolgers van Jezus, allen hebben gekregen. We ontvangen het Doopsel niet alleen voor onszelf als wel ook om voor anderen een licht te zijn, het leven van anderen dragelijker te maken, ervoor te zorgen dat er meer zorgzaamheid en solidariteit onder ons heerst, dat we werkelijk als broeders en zusters samenwonen.

In deze zin wil ik met de volgende tekst deze overweging eindigen:


God van mensen,
geef mij licht in mijn handen om uit te delen,
licht in mijn ogen om een lach te ontlokken,
licht in mijn oren om uw stem te vernemen,
licht in mijn hartstocht om liefde te zijn,
licht in mijn denken om uw dag te zien dagen,
licht op mijn schouders om vrede te dragen,
licht op mijn hoofd om een teken te zijn,
licht in mijn lied om uw goedheid te eren,
licht in mijn tranen om mensen te troosten,
licht in mijn hart om een licht voor anderen te zijn.

Overweging 3e zondag in het jaar (A)


Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja, 8, 23b – 9, 3.Tweede lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 1, 10-13. 17.Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 4, 12-23.

We kennen wellicht allemaal het verhaal van het Evangelie : de roeping van de Apostelen door Jezus. Maar eigenlijk , op de keeper beschouwd, is het toch wel een wonderlijk verhaal. Jezus ziet een stel vissers aan het werk, Hij roept ze om Hem te volgen, ze laten onmiddellijk alles achter zich en volgen Hem, zonder precies te weten waarvoor en waartoe Hij hen roept. Dat wordt hen pas later in de loop van de jaren duidelijk. Ze hebben een lange weg moeten afleggen totdat ze nu eigenlijk goed begrepen waar het uiteindelijk om ging. Wanneer ze alles van te voren geweten hadden, zouden het misschien nooit aangedurfd hebben en er wellicht nooit aan begonnen zijn.                                                                                                                   

Hoeveel keer heeft Jezus hen niet gezegd: ”Begrijpen jullie mij nu nog niet, na zoveel tijd?”. En soms wijst Hij hen terecht, bijvoorbeeld wanneer de leerlingen praten over zijn Rijk en welke belangrijke taken zij daarin wel zouden krijgen en Hij hen voor de zoveelste maal moest zeggen dat zijn Rijk geen werelds rijk is met veel geld en roem.. maar dat het veel meer te maken heeft met dienstbaarheid aan God en aan de mensen en dat dit niet altijd even gemakkelijk is en dikwijls gepaard gaat met lijden.

Maar is het te verwonderen dat zij zo lange tijd nodig hadden om alles te begrijpen wat Jezus met hen voorhad? Het is nogal wat… : een leven niet gericht op geld verdienen voor je familie of voor je zelf en je helemaal wijden aan het dienstbaar zijn aan God en aan de mensen. Dat doe je niet zomaar, dat ligt niet zomaar in je “dna”, dat gaat helemaal in tegen de manier waarmee  de meeste mensen in hun leven bezig zijn.

Bovendien, de apostelen waren eenvoudige mensen, zonder veel school, ruw volk zouden wij zeggen, dat door vele mensen gemeden werd, omdat ze niet goed raad met hen wisten, aangezien ze niet in het aanvaardbare maatschappelijke plaatje vielen en die ze eigenlijk in de grond van de zaak verachtten, want , zo zeiden ze, ze kenden de wet niet goed, leefden eigenlijk niet precies zoals je, volgens hun mening, eigenlijk zou moeten leven. Bovendien deden ze soms dingen die in de ogen van de z. g. n. vromen helemaal verkeerd waren.
Wanneer je de namen van verschillende Apostelen leest en tot je laat doordringen wat er van verschillende van hen gezegd wordt, dan krijg je ook niet een erg rooskleurig beeld van hen: Petrus die een opvliegend karakter had, in zijn goede momenten van alles beloofde, maar dat naderhand niet tot uitvoer bracht en uiteindelijk Jezus zelfs zou verraden, omdat hij bang was met Hem geïdentificeerd te worden en wellicht ook gevangen genomen zou worden.. Eigenlijk heel laf dus..                                                                                                        

Dan Matheus de tollenaar.. die dikwijls de mensen had opgelicht en veel van het belastinggeld in zijn eigen zak gestoken had. Het was dus niet te verwonderen dat de mensen niets met hem te maken wilden hebben en sommigen hem zelfs haatten. Maar juist ook hij werd door Jezus geroepen. Of die andere twee Apostelen, Johannes en Tadeüs die zichzelf zo belangrijk vonden, dat ze om de eerst plaats vroegen, wanneer Jezus eenmaal zijn Rijk zou gevestigd hebben… En Jezus hen moest zeggen dat diegenen de eerste plaats zullen bezetten die dienstbaar aan de anderen weten te zijn..                                                                                                                        

En dan tenslotte de tragische figuur van Judas. Degene  die het geld moest beheren en ja we weten het: wanneer je geld moet beheren, dan heb je een sterke geest van openheid, eerlijkheid en zuiverheid van karakter nodig. Want geld is als vuur in je handen waaraan je je gemakkelijk kunt branden. Het maakt de mens o zo gemakkelijk gierig, hebzuchtig en oneerlijk. En Judas liet zich door dat geld meeslepen en wel zodanig dat hij Jezus verried aan zijn tegenstanders..

Nee, alles bij elkaar genomen : geen verheffend ( rooskleurig) beeld van de Apostelen die door Jezus werden geroepen om zijn medewerkers te worden.. En toch: ondanks dat, heeft Hij ze geroepen.   
                     
                                                                                     
Een reden zal zijn : er bestaan geen volmaakte mensen in de wereld…  Of bent U er wel eens een tegengekomen?? Ik in ieder geval niet… Van iedereen is wel wat negatiefs te zeggen: ”Die man: wel een goede kerel, maar…”. En dan komt het wat tegen hem hebben.. of :  “Zij is wel een aardige vrouw, maar…”. En meestal springen die negatieve eigenschappen het eerst eruit, wanneer je niet oppast. Jezus roept geen heiligen op om Hem na te volgen en Hem te helpen bij de uitvoering van zijn taak. Nee , Hij roept de mensen op, zoals ze zijn, zoals wij zijn…

 Ja, want Hij roept ook ons op, zoals we zijn, met onze fouten gebreken en tekortkomingen, met onze hebbelijkheden en talenten, maar ook met onhebbelijkheden.. Hij heeft ons nodig, zoals we zijn. Daarom: we hoeven niet pessimistisch te zijn of een soort minderwaardigheidsgevoelen te hebben, omdat we niet zo goed zijn als we zouden moeten zijn of omdat we het eigenlijk niet zo goed doen als dat we het eigenlijk zouden moeten doen.                                     

Wel verwacht Hij van ons dat we tenminste ons inspannen om steeds betere instrumenten in zijn handen te worden. Wat Hij van ons vraagt is om eerlijk en oprecht dienstbaar aan Hem en aan de mensen te zijn, om in de omgeving waar we zijn of wonen, zijn Boodschap van barmhartigheid, liefde en vergeving uitdragen, door onze manier van praten maar veel meer nog door onze manier van leven.

We zien bij de Apostelen dat ze er in het begin niet veel van begrepen, maar dat ze langzamerhand, in de loop van de jaren, steeds meer snapten waar het om ging en dat ze steeds enthousiaster werden zodanig dat ze uiteindelijk enthousiaste verkondigers werden van de Boodschap van Jezus. Ze zijn door een proces gegaan dat soms niet gemakkelijk was en vol valkuilen.

Dat is een proces dat op gelijksoortige manier ook bij ons kan plaats hebben. Wanneer we ons eerlijk en oprecht inzetten om christen te zijn en Jezus na te volgen , Hem en onze medemensen dienstbaar te zijn, dan groeien we daar langzaamaan in. Dat is net als met volwassen worden in ons leven: dat is een proces dat op verschillende manieren gebeurt en door verschillende factoren wordt beïnvloed. Daar is tijd voor nodig. Maar vooral volharding en eerlijkheid tegenover ons zelf .

Dit wetend en erkennend kan ons wellicht ook meer verdraagzaam, tolerant maken t.o.v. de mistoestanden die we soms binnen de kerk of parochiegemeenschap tegenkomen, of fouten of tekortkomingen bij haar bedienaren of bij de mensen met wie we samenwerken. Zoals Jezus geen volmaakte mensen uitzocht om Hem na te volgen en Hem bij de uitvoering van zijn taak te helpen, zo zullen we ook in onze eigen kerk/parochie of in onze maatschappij, ook geen volmaakte mensen tegenkomen als wel mensen van goede wil die echter ook hun fouten en tekortkomingen hebben en hun schaduwzijden. In de mate dat we eerlijk onze eigen fouten en tekortkomingen kennen en weten te aanvaarden, zal het gemakkelijker zijn om die van anderen weten te accepteren en ermee weten te leven.
In ons Doopsel maar eigenlijk telkens opnieuw in ons leven, worden we als christenen door Jezus geroepen om Hem na te volgen, zoals de Apostelen, zoals wij zijn met onze talenten en goede wil, maar ook met onze klein menselijkheden, met onze schaduwkanten, met onze fouten en tekortkomingen.                                                                                             

Bidden we tot de Geest dat we daardoor niet ontmoedigd worden maar, ondanks dat, Hem en de mensen ten dienste staan. Alsook dat we de kracht krijgen om elkaar te aanvaarden en te waarderen zoals we zijn, onze fouten en tekortkomingen incluis,  en samen er ons voor inzetten om ieder onze roeping in ons leven waar te maken en samen te werken voor een betere maatschappij zoals God die graag ziet.  Amen.