maandag 14 oktober 2019

Preek van zondag 13 oktober 2019 - Installatie pater Eko Sylvester svd


2 Kon. 5,14-17
Tim. 2,8-13
Luc. 17, 11-19




Zowel de Eerste als de Derde Lezing ( Evangelie) van vandaag beschrijven iets wat voor ons wellicht niet zo bijzonder is, maar voor de Joden van Jezus’ tijd wel: een niet Jood uit Syrië, Naäman, wordt van zijn melaatsheid genezen door zich onder te dompelen in de Joodse rivier de Jordaan. In het Evangelie horen we hoe Jezus enkele Samaritanen, vijanden van de Joden, genas. Bovendien waren dat mensen die melaats waren, personen die door de Joden verafschuwd werden omdat ze, volgens hen, onrein waren.
Jezus toonde, in de goede zin van het woord, een grensoverschrijdend of, als u wilt, een grensverleggend gedrag.                                                                         

Voor de Joden iets dat hun de wenkbrauwen deed fronsen want zij waren ervan overtuigd dat God op de eerste plaats zich om hen zou moeten bekommeren en niet om die “buitenlanders”. Ze hadden de mentaliteit die we ook in onze tijd weer kunnen horen : “ Ons land en onze cultuur op de eerste plaats”, n.a.v. die bekende zin “America first”. Een niet erg Bijbelse gedachten gang: zowel de profeet Elias als Jezus dachten en handelden heel anders, overtuigd als ze waren dat iedereen in de ogen van God gelijk is en dat iedereen recht heeft op erkenning en geluk. Ze vertoonden, in de goede zin van het woord: ”grensoverschrijdend of grensverleggend gedrag”.
Een van de kenmerken van een missiecongregatie zoals die van het Goddelijk Woord, de SVD, is de aandacht voor de wereld en haar problemen, aandacht voor de mensen in de wereld die verstoken zijn van datgene waaraan wij hier heel gewoon zijn zoals welvaart, comfort en een goede rechtspleging. In die zin tonen ze grensoverschrijdend of grensverleggend gedrag tonen.                                                         

Om die reden zijn in de afgelopen eeuw duizenden missionarissen van de SVD, maar ook van vele andere Congregaties, naar alle delen van de wereld getrokken om daar het Evangelie te verkondigen. En ze werden daarbij heel gul ondersteund door de mensen hier in Nederland.   
Die tijd is nu voorbij. Bijna niemand gaat nog hiervandaan om daar als missionaris te werken. Maar er is nu iets anders gebeurd, iets wat we ons vroeger nooit hadden kunnen indenken: priesters, broeders en zusters uit die landen waar wij vroeger gemissioneerd hebben, komen nu hiernaartoe om pastorale/missionaire taken uit te voeren. (Onze pater Eko is een van hen). Wij, Nederlanders, zijn daartoe niet meer in staat, aangezien bijna geen jonge mensen meer daartoe bereid zijn. In heel Nederland zijn op dit moment meer dan 200 priesters uit het buitenland werkzaam!

Verschillende mensen denken wellicht, dat zij de vroegere pastoor en kapelaans komen vervangen. Dat is maar gedeeltelijk waar. Immers, een priester zoals p. Eko is lid van de Congregatie van de Missionarissen van het Goddelijk Woord”. Hij is als missionaris hiernaartoe gekomen en niet louter als parochiepriester. Hij heeft een speciale Missie gekregen om die hier uit te dragen. Hij is hierheen gekomen om, zoals de Profeten en Jezus, grensoverschrijdend of grensverleggend te werk te gaan.

Het woord Missie en Missionaire Parochie worden tegenwoordig op veel plaatsen in Nederland ook door de Bisschoppen, Priesters en pastorale werkers gebruikt. Zij geven daarmee aan, dat wij allen, krachtens ons Doopsel en Vormsel, ons niet alleen met ons eigen persoonlijk, individueel heil moeten bezig houden als wel ons ook inzetten dat de Blijde Boodschap van het Evangelie gestalte krijgt in de wereld om ons heen. Dat is een goede zaak waar wij, de Missionarissen van het Goddelijk Woord, helemaal achter staan.

Maar daarbij willen we nog iets meer. We willen speciale aandacht besteden aan verschillende aspecten van deze Missie, aspecten die bij de gewone zielzorg soms een beetje in de schaduw blijven vanwege het vele werk. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wereldwijde karakter van die Missie te benadrukken: oog blijven houden voor de mensen en hun problemen in de wereld. Ons niet blind staren op alleen maar onze eigen omgeving en haar problemen. Het gaat erom contact te zoeken met de Moslims om ons heen en een vriendschappelijke relatie met hen opbouwen. Alsook Migranten en vluchtelingen bij te staan om een betere toekomst op te bouwen. Daarbij willen we ook speciale steun geven aan aspecten waarvoor deze parochie gelukkig al oog heeft : Bijbelapostolaat dat op een bijzondere manier zich manifesteert in de Bijbeltuin hier, alsook zorg voor mensen die het niet zo goed getroffen hebben als wij.           

We zijn hier niet alleen naartoe gekomen om het priestertekort op te vullen en de taken van pastoor en kapelaan op ons te nemen, als wel om speciale aandacht te geven aan de zojuist genoemd missionaire uitdagingen. We zijn hier gekomen als Missionarissen van het Goddelijk Woord om dat Woord op een grensverleggende manier te verkondigen, zodat deze parochie steeds meer een missionaire parochie wordt.

Maar dat kunnen wij niet alleen. Daar hebben we u voor nodig. We zijn blij en dankbaar dat we gedurende het afgelopen jaar zoveel sympathie en medewerking van velen van u hebben mogen ontvangen. Met uw steun en uw hulp zullen wij deze missionaire taken goed kunnen gaan uitvoeren.
Beste mensen, zowel Elias als Jezus zelf zijn buiten de bestaande paden getreden als dat de mensen van die tijd gewoon waren. Zo willen wij, Missionarissen van het Goddelijk Woord, met u samen, speciale nieuwe missionaire wegen gaan, grensoverschrijdend of grensverleggend te werk gaan zodat onze parochie steeds meer een missionaire parochie zal worden. Wij staan als zodanig tot uw beschikking en dienst. Dat God ons allen daarbij moge helpen!

Amen.

zondag 15 september 2019

Preek van zondag 15 september - De verloren zoon



Ex.32,7-11.13-14
Ps. 51 1 Tim. 1,12-17
Luc. 15,1-32 of 15,1-10

24e Zondag van het Jaar ( C )
De gelijkenis die we zojuist gehoord hebben, kennen we als de Parabel van de Verloren Zoon. Het is echter goed om te weten dat dit niet één parabel is als wel drie: de eerste van de jonge zoon die het verkeerde pad op gaat, zich echter bekeert en naar huis terugkomt, de tweede van de oudste broer die zich verongelijkt voelt en niet vergeven wil en de derde van de barmhartige Vader die alles door de vingers ziet en vergeeft.

(Bij het overwegen van deze parabels is het goed onszelf telkens af te vragen: bij wie van deze drie parabels hoor ik zelf? Bij welk van de parabels voel ik me het beste thuis? Immers, het Woord van God wordt verkondigd om onszelf af te vragen: Wie ben ik, hoe leef ik en hoe kan ik mijn leven zodanig inrichten dat ik iets van dat Woord van God in mijn eigen leven realiseer?)

De jongste zoon denkt zijn geluk te vinden in vrouwen en geld en na zijn vader geschoffeerd te hebben door nu al zijn erfenis van hem op te eisen, gaat hij op zoek daarna. Maar hij komt van de kouwe kermis thuis, zouden we kunnen zeggen. Hij ontdekt dat je daar wel een tijd plezier van kunt hebben, maar dat die je toch niet het ware geluk brengen.

En dan heeft hij de eerlijkheid om te erkennen dat hij fout is geweest én bovendien de moed om zich te verontschuldigen bij zijn vader en vergiffenis te vragen. Verkeerd doen in ons leven is menselijk en kun je bijna niet vermijden, zou je kunnen zeggen. Wat echter veel erger is, dat je dat niet wilt erkennen, dat je daar allerlei verontschuldigingen voor zoekt of nog erger, dat je daarvan de schuld aan anderen geeft. De kunst in ons leven is om te erkennen dat we zwak zijn, dat we fouten begaan, en dat we ons daarvoor weten te verontschuldigen bij anderen wanneer we hen benadeeld hebben.

De oudste zoon
of afgunstige broer is degene die altijd zijn plicht heeft gedaan, maar dat ook wil weten en daar trots op is. Hij ziet eigenlijk neer op degenen die niet zo goed zijn als hij. Hij is zoals de mensen die denken dat ze bijna alles goed doen in hun leven en heel kritisch kunnen zijn op anderen die niet zo goed leven als zij en die gemakkelijk een negatief oordeel vellen over anderen die het in hun ogen verkeerd doen.  En wanneer het hun slecht gaat, zullen ze gemakkelijk zeggen : “Hij/zij heeft zijn/haar verdiende loon” of, anders gezegd, “wie zich brandt, moet op de blaren zitten”.                                            
Maar het gebeurt nog al eens dat mensen die heel streng zijn in hun oordeel over anderen, eigenlijk in de grond van hun hart jaloers zijn op die anderen omdat die het wel aangedurfd hebben in hun leven te doen waartoe zij zelf de moed niet hadden. Bij voorbeeld mensen die heel streng oordelen over homo’s, hadden wellicht in het diepste van hun hart graag soortgelijke relaties had aangegaan. Maar ze verdringen die gevoelens. Of ze veroordelen streng een gescheiden persoon, terwijl ze diep in hun hart wellicht ook graag gescheiden waren, maar daartoe niet het lef hadden.  
Vooral bij mensen die min of meer goed leven, bestaat nog al eens het gevaar dat ze tevreden met zichzelf zijn en gemakkelijk over anderen oordelen of ze veroordelen die, volgens hen, maar raak doen en erop los leven. Soms kun je van hen ook het volgende horen: ”Ik ben plichtgetrouw maar dat wordt schijnbaat niet gewaardeerd. Ik doe altijd mijn best en toch zit het me dikwijls niet mee in het leven, terwijl anderen die er maar op los leven, altijd geluk in hun leven schijnen te hebben”. In de grond van ons hart verlangen we eigenlijk dat deze mensen gestraft worden voor hun slecht gedrag.
Hoe staan wij t.o.v. homoseksuelen, mensen die gescheiden zijn, drugsverslaafden of ook vluchtelingen? Hebben we daar een hard oordeel over of kunnen we begrip opbrengen voor deze mensen, hoe ze zo geworden zijn en hoe ze in de problemen gekomen zijn?  Kunnen we een invoelende , begripsvolle houding opbrengen t.o.v. deze mensen, naar het voorbeeld van de barmhartige en vergevende vader van de parabel die Jezus ons vertelt?
En dan de Parabel van de invoelende, begripsvolle en vergevende Vader. Hij zal zich diep gekwetst gevoeld hebben, toen de jongste zoon zijn erfdeel op een brutale manier opeiste. Maar hij zette zich daar overheen, respecteerde de vrijheid van zijn jongste zoon, zodanig dat hij hem gaf wat die van hem eiste, ondanks dat hij vreesde dat het verkeerd zou aflopen.  Hij deed dit ook in het vertrouwen dat het goed zou komen, aangezien hij bleef geloven in de goedheid van zijn jongste zoon. Daarom ook was hij staat zijn zoon te vergeven, toen die terugkwam om hem vergeving te vragen. 

Daarom kon hij zelfs heel blij zijn over de terugkomst en het berouw van zijn zoon. Want in en door zijn invoelende en begripsvolle houding zag hij dat zijn jongste zoon als een ander, een beter mens was teruggekomen door de verschrikkelijke ervaring die hij meegemaakt had. Daarom kon hij ook van harte vergeven ondanks dat zijn zoon hem zo beledigd en gekwetst had vóór zijn vertrek. Dat hielp hem om daar niet op terug te komen. Integendeel : hij vergaf hem van harte.Wanneer je soms hoort hoe hard sommige mensen voor elkaar kunnen zijn of wanneer je hoort en leest dat de rechters tegenwoordig veel strenger zijn in hun oordeel dan vroeger en strengere straffen uitdelen, ”omdat de mensen dat willen”, dan vraag je je af: hebben die mensen iets begrepen van wat Jezus in deze Parabel ons zeggen wil? Kunnen de mensen begrip opbrengen voor de personen die in hun leven verkeerde dingen hebben gedaan?  Proberen ze in te voelen wat in het binnenste van iemand anders leeft, ook al is hij/zij een misdadiger? Hebben we er voldoende oog voor dat deze mensen later weer verder moeten in hun leven? Zien we een gevangenisstraf alleen maar als een straf voor wat iemand verkeerd gedaan heeft of ook als een mogelijkheid voor die personen om zich te bezinnen over wat hij/zij verkeerd gedaan hebben zodat ze na hun straf uitgezeten te hebben, een nieuwe fase in hun leven kunnen beginnen?
Hoeveel families liggen niet uit elkaar omdat ze elkaar niet weten te vergeven vanwege een geschil over een familie erfenis of omdat er iets gebeurd is wat ze niet meer willen vergeven en/of vergeven?

Monseigneur Muskens, de vroegere bisschop van Breda, vertelde eens wat hij zelf meegemaakt had: in een Brabants dorp reed een dronken man een kind van 7 jaar dood. Iedereen ontzettend boos natuurlijk op die man en hem toewensend dat hij jaren in de gevangenis zou moeten blijven. Behalve de vader van het overreden jongetje: die ging met die man praten in de gevangenis en bleef hem daar bezoeken terwijl hij zijn  gevangenisstraf uitzat. De mensen begrepen er niets maar de vader zei: ”Voor deze man moet het ook verschrikkelijk zijn wat hij in een dronken bui gedaan heeft… Hij moet toch ook weer verder met zijn leven wanneer hij eenmaal zijn straf heeft uitgezeten”.  Kijk ,deze man had iets begrepen van de parabel van de Barmhartige vader…..
Bij welk van de parabels herken ik trekken van mezelf? Bij welk van de parabels voel ik me het meest thuis?

dinsdag 6 november 2018

Allerzielen 2018


Allerzielen 2018

Klaagliederen 3,17-26
Brief van Paulus aan de Romeinen 5,5-11 
Evangelie volgens Johannes 14,1-6 

Als wij on ons gewone taalgebruik iets zalig willen noemen, bedoelen wij iets fijns, aangenaams, lekkers. Maar daarmee wordt het wel een beetje materialistisch ingevuld. En veel mensen denken ook zo over de hemel. Alsof dat een soort reünie is, waarbij het aardse leven verder gaat aan een soort zalig diner. Het is wel juist dat de hemel een fijne en aangename bestemming is voor elke mens. Het is ook natuurlijk onze wens om een stuk van de hemel ook zelf te ervaren. Of als iemand overleden is dat die geliefde naar de hemel toe gaat waar er zonder pijn en verdriet meer is.

Eerlijk gezegd, weet niemand helemaal niet hoe de hemel precies er uit ziet, alle ideeën dus zijn maar menselijke voorstellingen. Wel weten we dat degenen die er zijn aangekomen meestal niet zo’n gezellig leven achter de rug hebben.

Gisteren hadden wij het feest van Allerheiligen. En misschien denken wij dat onze heiligen perfecte leven hadden maar zij hebben allemaal veel leed moeten verdragen of zelfs hun leven moeten geven door hun bloed te vergieten. Bijvoorbeeld de moeder van Jezus zelf, Maria. Moeder Teresa, Johannes de doper, etc. … En er zijn ook andere heiligen die liefdevolle en zachtaardige mensen hebben zeer moeten lijden onder de hardheid van de wereld om hun heen. Dus niet zo ver van ons eigen leven. Maar ze hebben de uitdagingen in het leven met buitengewoon geloof volhard.

Ze zijn ook gewone mensen zoals ons maar ze zijn heel goed in een belangrijk ding.  De weg van jezus te volgen. Vanavond vieren wij het feest van Allerzielen. Maar het is helemaal verbonden met het feest van gisteren. Dat wij allemaal geroepen zijn naar de weg tot heiligheid.

Een kind die een heilig wilden worden, was eens aan het bidden. Maar toen haar opa haar hoorde , hij hoorde haar het alfabet eerbiedig en op gedempte toon opzeggen. Hij wachtte af totdat ze klaar was en vroeg: “wat ben je aan het doen lieverd?” ‘ik bid opa’ zei het meisje. ‘ik kon niet op de juiste woorden komen, dus heb ik alle letters maar gezegd. En ik weet dat God zal wel in de juiste volgorde zetten, want hij weet precies wat ik denk.’
Lieve zusters en broeders. Heiligheid is dus geen kwestie van gewone actie, nee, maar het is het geloof en vertrouwen in actie. Zonder veel vertrouwen aan God en genoeg geduld om naar God te luisteren lijkt het wel een onmogelijke toekomst voor ons allen.    

Vandaag worden wij dus allemaal uitgenodigd om onze roeping weer te herinneren. Zoals de heiligen die de weg van Jezus voor ogen hadden, mogen ook wij een diepe band met Jezus hebben en de weg ook van de heiligen met grote blijmoedigheid kiezen. De roeping om heilig te zijn is dus niet alleen maar voor een paar gekozene mensen, maar het is een roeping voor iedereen, daarom vieren wij 1 en 2 november samen met elkaar, en niet als twee verschillende feesten. Vanwege deze roeping die wij ook allemaal delen met de heiligen.

Broeders en zusters In onze huidige cultuur van ongeduld en individualisme  mogen ook we volharden in onze roeping als kinderen van God. Altijd bewust dat wij ook geroepen zijn om een  van de heiligen te zijn.

Vanavond bidden wij samen voor onze overledenen zusters en broeders, dat ze ook het eeuwige licht van God voor eeuwig mogen aanvaarden.  Samen met alle heiligen, bidden wij nu ook vanavond om meer vertrouwen en geduld te hebben in ons hart. Dat de pijn van ons verlies kan overwonnen worden door vreugde in een nieuw leven met Jezus, zodat wij ook een krachtige getuigenis mogen geven als kinderen van God.



donderdag 25 oktober 2018

Preek van zondag 21 oktober - Dienend Leiderschap

Jesaja 53,10-11

Hebreeën 

 4,14-16 Evangelie volgens Marcus 10,42-45



Wie wil eigenlijk niet "de grootste" zijn?

Als een student op de basisschool stond ik ook vroeger bij een paar van mijn klasgenoten om te zien wie het grootste was. Tot mijn grote teleurstelling heb ik het nooit gered.

Maar hoeveel hebben wij al gehoord van een vriend of vriendin, of iemand - die woorden van vergelijking tussen dit en dat; dat hij of zij meer verdiend dan hem of haar, of hij/zij een grotere auto heeft, of zijn/haar kleren veel duurder zijn en zijn/haar huis is groter of mooier!.. of bij een sport evenement, ons team is beter en groter, of dit of dat land is veel groter, rijker, mooier dan andere landen.

Het is een eindeloze strijd om te bewijzen wie de grootste is. Het wordt zelfs de reden voor twee wereldoorlogen. Het verlangen om de grootste te zijn, en om het te bewijzen.

Wat betekent eigenlijk grootheid? Wie is het grootste in de ogen van God? Het wordt weer de vraag voor ons allen vandaag. Zelfs tussen de apostelen, deze keer de zonen van Zebedeus zien wij vandaag deze menselijk verlangen.     

De grote Russische romanschrijver Leo Tolstoi schreef een sprekend verhaal in verband met dit reflectiepunt.

Drie vrouwen gingen water halen bij de bron. Een oude man hoorde hoe die vrouwen om beurt hun zonen loofden. "Mijn zoon," zei de eerste, "overtreft alle andere kinderen van het dorp in behendigheid." "Mijn zoon," zei de tweede, "heeft een stem als een nachtegaal. Als hij zingt valt alles stil en iedereen luistert naar hem." De derde vrouw zweeg. "Waarom zeg jij niets over jouw zoon?" vroegen de anderen. "Ik zou niet weten waarin ik hem bijzonder zou kunnen loven. Hij is een heel gewone jongen, hij heeft niets bijzonders, maar ik hoop dat hij goed zijn man zal kunnen zijn." - De vrouwen namen hun emmers in de hand en gingen naar huis. De oude man volgde hen. Hij zag hoe zwaar die emmers waren en het verwonderde hem dan ook niet dat ze na enige tijd hun last weer op de grond zetten. De drie zonen kwamen hen tegemoet. De eerste duikelde drie keer kopje over en stond dan weer met zijn beide benen op de grond. "Wat een handige jongen," riepen de vrouwen. De tweede stemde een lied aan en de vrouwen luisterden met tranen in hun ogen. De derde ging naar zijn moeder en zwijgend droeg hij de zware emmers naar huis. De vrouwen vroegen aan de oude man: "wat zeg je van onze zonen?" "Uw zonen...," zei de man verwonderd, "ik zag maar één zoon. Alleen de jongen die zijn moeder hielp, heeft zich als zoon gedragen".

Vandaag in onze evangelielezing heeft de Heer gezegd "Wie van u groot wil zijn, moet de dienaar van allen zijn." In andere woorden De grootheid van iemand openbaart zich volgens Jezus in het dienen. Daaraan in het verhaal van Tolstoi had de oude man de ware zoon herkend.

Daaraan zal men ook een ware christen gaan erkennen. Daaraan zal men ook de Kerk van Jezus herkennen. Want een Kerk die niet dient, betekent ook niets.

De eerste lezing uit Jesaja vandaag spreekt ook over het leidende dienaar als de bron van rechtvaardiging voor de mensen. wie is het grootste in het rijk Gods? Wie wil groot zijn? Moet een dienaar van de ander zijn.

Zusters en broeders, mogen wij ook als kinderen van God  in de geest van het voorbeeld van Jezus leven, een dienaar worden met onzelfzuchtige liefde en toewijding. Dat wij erkend mogen worden in de grootheid van ons vertrouwen en  dienstbaarheid zoals onze heer Jezus Christus. 

Amen


Kees van Lent, vandaag vieren wij ook deze viering als een teken van dankbaarheid. Wij hopen en bieden dat je bij ons nog veel jaren kan zijn als een herder een dienaar van Gods liefde.  - afgelopen donderdag leerde ik ook weer iets van Kees die precies past bij zijn 70 jaar feest --- een tekst uit Psalm (90:10)       
9
Ja, in uw verbolgenheid wenden zich al onze dagen,
ons vergaan onze jaren als een zucht.
10
De dagen onzer jaren, daarin gaan zeventig jaar,
tachtig jaar als we sterk zijn


vrijdag 19 oktober 2018


Preek van 14 oktober

Wijsheid. 7,7-11
Brief van de apostel Paulus aan de Hebreeën. 4,12-13
Evangelie volgens Marcus 10,17-30

Misschien moeten wij vandaag beginnen met een paar belangrijke vragen. Wat betekent gelukkig zijn voor uw? Heeft het te doen met schoonheid? Of macht? Populariteit? Of veel rijkdom hebben? Vaak, zien wij deze beelden in de media, online, op TV of via de reclames die wij regelmatig zien, mensen die gelukkig zijn omdat ze dit en dat hebben. Het wordt ook de psychologie van zoveel mensen.  

Als je bijvoorbeeld soms de beelden ziet van de spanende parties en festivals hier in Europa en die gaat vergelijken met de gezichten van bijvoorbeeld de armen in Afrika of Azië, dan treft u een enorm verschil. Is de ene nu dus gelukkiger dan de ander?

Op een dag nam de vader van een zeer rijke familie zijn zoon mee op reis naar het platteland met de bedoeling hem te tonen hoe de armen leven, zodat hij dankbaar zou worden voor zijn rijkdom. Ze brachten een paar dagen en nachten door op een boerderij, waar een zeer arme familie woonde.

Bij terugkeer van de reis, vroeg de vader aan zijn zoon: “Hoe vond je de reis?” “Het was fantastisch, papa.” De vader vroeg: “Zag je hoe arm mensen kunnen zijn?” “Oh zeker”, ant­woordde de zoon. “Wat heb je van de reis geleerd?”, vroeg de vader.

De zoon antwoordt: “Ik zie dat wij één hond hebben en zij hebben er vier. Wij hebben een zwem­bad dat tot het midden van onze tuin reikt en zij hebben een beek die geen einde heeft. Wij hebben lantaarns in onze tuin en zij hebben de sterren in de nacht. Ons terras bereikt de voorwerf en zij heb­ben de hele horizon. Wij hebben een klein stuk land om op te leven en zij hebben velden die verder reiken dan wij kunnen zien. Wij hebben bedienden, maar zij dienen anderen. Wij kopen ons voedsel, maar zij kweken hun voedsel. Wij hebben muren rondom ons om ons te beschermen, maar zij heb­ben vrienden die hun beschermen.”

Door deze woorden werd de vader sprakeloos. De zoon voegde toe:  “Bedankt papa, dat je me toonde hoe arm we zijn.”

Zusters en broeders Rijkdom is een woord dat vele ladingen dekt. Van bezit en geld en juwelen tot gezondheid en vriendschap. Jezus in onze evangelie lezing vandaag spreekt ook niet tegen rijkdom maar over hoe wij omgaan met het rijkdom. In onze huidige wereld nu is het wel de neiging dat wij zelfs de eigendom worden van wat wij bezitten.

Wat hij vond in de jonge man is niet zijn onbereidheid om alles dat hij bezit te verkopen, maar zijn gehechtheid tot wat hij bezit. Jezus gebruikte zelfs een heel duidelijk beeld in onze lezing:

wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan.
Voor een kameel is het gemakkelijker
door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
 


In de oude verdedigingsmuur van  Jerusalem was er een peertje die het oog van een naald heet, en voor de kameeltjes daar door te laten gaan moeten ze alle dingen/bagages in de rug van de kameeltjes weg halen.
  
De bedoeling van het evangelie is niet het radicale of spectaculaire uitdelen van uw bezittingen/ of van wat wij bezitten. Maar onze openheid om vrijgevig te zijn. Om ongehecht te worden aan wat wij bezitten. In onze huidige maatschappij, Wij houden van klagen maar niet zo maar van waarderen, wij houden van meer hebben maar niet zo maar van dankbaar te zijn. Hier in Nederland leven wij in zo’n comfortabele omgeving. Daarom tot nu tu vraag ik me af waarom zijn zo veel mensen heel depressief en verdrietig terwijl in de arme wijk bij het vuilnisbelt waar ik werkte in de Filippijnen voor meer dan een jaar ondanks de armoede zag ik zo veel hoop en vreugde. Ze hadden geen muren om hun privacy te hebben maar ze hadden elkaar om de liefde iedere dag te voelen. Zusters en broeders het is niet mijn bedoeling om de armoede te verheerlijken. Nee, maar het is wel een reflectiepunt. Ik vraag me af waarom ondanks het rijkdom zijn zo veel mensen nog ongelukkig. 

Lieve zusters en broeders misschien is dit precies het punt van de heer, de grote drijfkracht van ons leven zijn niet eigenlijk de materiele dingen die wij hebben maar de schatten van het hart. Dit is de wijsheid die wij kunnen leren uit onze eerste lezing vandaag die groter is dan scepters en tronen. Zusters en broeders mogen het woord van God ons altijd inspireren om de ware schat en rijkdom in ons leven te vinden. De openingswoorden van de brief aan de Hebreeën , Het woord van God is levend en krachtig, mogen het ook zo zijn in ons eigen leven zodat wij in het proces een bron van geluk en vrede zijn voor elkaar en voor de ander.

Amen.


dinsdag 2 oktober 2018

Preek van zondag 30 september - Onderricht aan de leerlingen


Lezing uit het boek Numeri 11, 25-29
Lezing uit de brief van de apostel Jacobus 5, 1-6
Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus 9,38-43, 45, 47-48



Toen de apostelen vóór Pasen en Pinksteren nog in de gezelschap van Christus waren, gebeurde het dat ze de verhalen van Jezus niet begrepen. En dit was het geval in ons evangelie lezing vandaag. Zijn boodschap was gewoon te radicaal voor de apostelen. Het was nooit gemakkelijk voor hun om ze gewoon te accepteren. En zo, zien wij af en toe de zwakke, menselijke, en verwarde versies van de apostelen in de evangeliën.  
Het was gewoon heel moeilijk voor hun toen ze nog niet realiseerden wat Jezus eigenlijk wilde. Zijn missie vervullen met zijn levensoffer. 
Maar waar het de Heer eigenlijk om gaat is dat wij in onze keuze voor of tegen God niet kunnen komen aanzetten met allerlei compromissen. Er is geen gulden middenweg. Met zijn radicale woorden wil Jezus benadrukken wat er op het spel staat. Onze keuze voor God, ons leven met God, ons leven met Gods grote mensenfamilie, is waardevoller dan onze hand, onze voet of ons oog.
Hij spreekt zelfs hier over Gehena als een figuur van scheiding met God. Gehena is trouwens een echte plek toen in de tijd van Jezus. Het was het vuilnisbelt buiten de muur van Jerusalem. 

zusters en broeders misschien denken wij van onszelf dat wij een dergelijke radicale keuze niet kunnen opbrengen? Dat dat alleen maar is weggelegd voor de apostelen en andere grote heiligen. Dat meende al de helper van de grote profeet Mozes, zo hoorden wij in de eerste lezing van vandaag. Twee mannen, Eldad en Medad, stonden wèl op de lijst, maar waren niet naar de tent van samenkomst gekomen - en toch profeteerden zij in het kamp. Jozua meende, dat dat niet kon en wilde het laten verbieden, maar Mozes wees hem erop, dat hij zou willen dat héél het volk profeteerde en dat God zijn Geest op héél het volk zou laten neerdalen.

Ook de apostelen in het evangelie van vandaag meenden, dat een grootse daad als het uitdrijven van de boze duivel alleen maar aan hen was voorbehouden, maar Jezus zei heel rustig: "Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken".
Wij hebben natuurlijk allemaal een verschillende taak, óók binnen de Kerk. Wij zijn niet allemaal pastoor, niet allemaal koster, niet allen zorgen wij voor de bloemen, maar geroepen tot grote daden is wel iedereen en iedereen kan van God de kracht krijgen om het te kunnen ... als wij maar willen ... als wij maar vragen om de Geest, die levend maakt.
Een paar maanden geleden ging ik naar een Filipijnse viering in Amsterdam en daar ontmoet ik een simpele man uit canada die werd gevraagd om zijn eigen lensgetuigen te vertellen. Zijn levens ervaring van hopeloosheid tot met nieuwe hoop. De manier waarop hij zijn  verhaal vertelde. Hoe hij het licht vond en Jezus ontdekte in zijn leven. Hoe hij dat vertelde, was zo bijzonder dat ik niet er af kon lopen. Ik was al trouwens van plan om naar huis te gaan. Het is wonderbaar hoe God mensen kan gebruiken om zijn boodschap aan mensen te openbaren. Zelfs ik, kan ik niet waarschijnlijk praten met  zo’n  dergelijke overtuiging en getuigenis 

Lieve zusters en broeders, er staat in de de Bijbel, geschreven, dat het Rijk Gods komt met geweldige kracht en dat geweldige mensen er lid van kunnen worden. Niet geweldig in de zin van ongelofelijk knap, intelligent, maar mensen, die beslissingen durven nemen en zichzelf aanpakken.

Wij hebben nu de vraag, durft uw wel om God te verkondigen in uw worden en daden? Durven wij wel om hem een plaats te geven in ons leven? Zusters en broeders mogen ook wij effectieve verkondigers zijn van Gods liefde. En met een onverdeelde overtuiging mogen ook wij open zijn om Gods geest in ons leven te laten werken. Zodat wij in het proces alles met ons open hart doen, niet ons werk maar Gods werk. 

maandag 24 september 2018

Preek van zondag 23 september 2018 - "Wie een van zulke kinderen opneemt, neemt mij op"


Lezingen
Uit het boek Wijsheid (Wijsh. 2, 12. 17-20)

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus (Jak. 3, 16- 4, 3)
Uit het Evangelie volgens Lucas( Lc. 19, 38)



De meeste ruzies en spanningen in wereld, de moordpartijen en oorlogen worden geboren uit de onbeheerste drift om de eerste te zijn om meer en meer te hebben, deze egoïstische mentaliteit is gewoon een spiegel van de individualisme om ons heen. Wij lezen vandaag uit Marcus en ook Jakobus bericht daarover. Jakobus graaft hier zeer diep in onze ziel. Hij stelt de vraag waar ruzies en vechtpartijen vandaan komen? Zijn antwoord is heel formeel: ‘Gij begeert dingen die gij niet kunt krijgen.' De mens doet domme dingen omdat hij verlangt wat hij niet krijgen kan. En Jakobus voegt eraan toe: ‘Gij hebt niets omdat gij niet bidt.' Daar heb je het weer. De mens doet gevaarlijk gekke dingen, omdat hij geen gezag verleent aan het gezegde van een ander, van de Andere.

Dit verlangen om meer, een stuk van dit en dat te hebben spreekt wel ons allen aan. Ik denk dat het heel menselijk is om iets te willen, om iets te hebben. dit was ook zelfs de vraag tussen de apostelen van Jezus. Toen zonder begrip te hebben van wat het eigenlijk betekent om nummer een of het grootste te zijn.     

Laat mij uw nu een verhaal vertellen:
Er was eens een man die alle mogelijke vormen van rijkdom kende. Hij leefde een zeer confortabel leven, maar hij verveelde zich. Hij ging naar een wijze meester en vroeg hem: 'waar vind ik geluk?'.

De meester zei: 'als je mij vertrouwt, breng dan vanavond al je bezittingen naar mij toe en ik zal je laten zien hoe je gelukkig wordt.' En zo gebeurde het: de man verkocht al zijn bezittingen voor diamanten, deed die in een zak en kwam daarmee naar de meester.

Vol verwachting toonde hij zijn bezit... De meester dacht geen seconde na, griste de zak uit zijn handen en verdween. De man, die in zijn leven nog nooit had gerend, kon de meester niet achtervolgen en bleef alleen achter. Huilend.

Op het moment dat hij echt ten einde raad was, stond de meester opeens weer met de zak voor zijn neus. De man, die nu tranen van vreugde huilde, kreeg terug wat hem die ochtend nog verveelde. 'En?' zei de meester. 'Ben je nu gelukkig?'

Zusters en Broeders, wat maakt jou nu gelukkig? Het is wel een eenvoudige vraag maar toch een toch waar wij mee kunnen reflecteren. In de woorden van Jezus vandaag klinkt het wel dat wij niet eigenlijk geroepen zijn om te overheersen en meer hebben, maar om dienstbaar te zijn voor elkaar.

De Heer heeft natuurlijk niks tegen bezittingen en ook belangrijke posities. Nee, maar hij is wel tegen de neiging om eigendom te worden van wat we eigenlijk bezitten     

De uitdaging, de ander een voorrang te geven en niet zichzelf. Moeilijk he? Maar dit is echt in tegenstelling met onze huidige individualistisch concept van de wereld.  In andere worden zijn wij niet geboren om overheersende keizers te zijn maar als bruggenbouwers. Hetzelfde staat met evenveel woorden bij Marcus. De leerlingen discussiëren over de vraag wie de grootste is. Daarop geeft Jezus een plechtig antwoord: je zou beter de laatste zijn en dienaar van allen. Daarop zette Hij het kind in het midden als een voorbeeld voor ons allen.

Hier wordt het kind in het midden geplaatst omdat het kwetsbaar is en klein. Wie aan het spontaan verworpene echter de ereplaats geeft, vecht niet meer om de eerste te zijn. Het zwakste gaat ons dan voor. Het kind zal onze voorganger zijn. Wie dit aanvaardt, staat in Gods buurt. Wie dan nog vecht voor de verkeerde dingen in de wereld, staat heel ver van het Rijk Gods.

Zusters en broeders, mogen wij ook de geest van een kind in ons leven hebben, om meer waardering te hebben voor wat er is en niet voor wat moest nog. Wie altijd open en dankbaar is voor elke zegening dat komt uit Gods genade.

Amen.