dinsdag 2 oktober 2018

Preek van zondag 30 september - Onderricht aan de leerlingen


Lezing uit het boek Numeri 11, 25-29
Lezing uit de brief van de apostel Jacobus 5, 1-6
Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus 9,38-43, 45, 47-48



Toen de apostelen vóór Pasen en Pinksteren nog in de gezelschap van Christus waren, gebeurde het dat ze de verhalen van Jezus niet begrepen. En dit was het geval in ons evangelie lezing vandaag. Zijn boodschap was gewoon te radicaal voor de apostelen. Het was nooit gemakkelijk voor hun om ze gewoon te accepteren. En zo, zien wij af en toe de zwakke, menselijke, en verwarde versies van de apostelen in de evangeliën.  
Het was gewoon heel moeilijk voor hun toen ze nog niet realiseerden wat Jezus eigenlijk wilde. Zijn missie vervullen met zijn levensoffer. 
Maar waar het de Heer eigenlijk om gaat is dat wij in onze keuze voor of tegen God niet kunnen komen aanzetten met allerlei compromissen. Er is geen gulden middenweg. Met zijn radicale woorden wil Jezus benadrukken wat er op het spel staat. Onze keuze voor God, ons leven met God, ons leven met Gods grote mensenfamilie, is waardevoller dan onze hand, onze voet of ons oog.
Hij spreekt zelfs hier over Gehena als een figuur van scheiding met God. Gehena is trouwens een echte plek toen in de tijd van Jezus. Het was het vuilnisbelt buiten de muur van Jerusalem. 

zusters en broeders misschien denken wij van onszelf dat wij een dergelijke radicale keuze niet kunnen opbrengen? Dat dat alleen maar is weggelegd voor de apostelen en andere grote heiligen. Dat meende al de helper van de grote profeet Mozes, zo hoorden wij in de eerste lezing van vandaag. Twee mannen, Eldad en Medad, stonden wèl op de lijst, maar waren niet naar de tent van samenkomst gekomen - en toch profeteerden zij in het kamp. Jozua meende, dat dat niet kon en wilde het laten verbieden, maar Mozes wees hem erop, dat hij zou willen dat héél het volk profeteerde en dat God zijn Geest op héél het volk zou laten neerdalen.

Ook de apostelen in het evangelie van vandaag meenden, dat een grootse daad als het uitdrijven van de boze duivel alleen maar aan hen was voorbehouden, maar Jezus zei heel rustig: "Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken".
Wij hebben natuurlijk allemaal een verschillende taak, óók binnen de Kerk. Wij zijn niet allemaal pastoor, niet allemaal koster, niet allen zorgen wij voor de bloemen, maar geroepen tot grote daden is wel iedereen en iedereen kan van God de kracht krijgen om het te kunnen ... als wij maar willen ... als wij maar vragen om de Geest, die levend maakt.
Een paar maanden geleden ging ik naar een Filipijnse viering in Amsterdam en daar ontmoet ik een simpele man uit canada die werd gevraagd om zijn eigen lensgetuigen te vertellen. Zijn levens ervaring van hopeloosheid tot met nieuwe hoop. De manier waarop hij zijn  verhaal vertelde. Hoe hij het licht vond en Jezus ontdekte in zijn leven. Hoe hij dat vertelde, was zo bijzonder dat ik niet er af kon lopen. Ik was al trouwens van plan om naar huis te gaan. Het is wonderbaar hoe God mensen kan gebruiken om zijn boodschap aan mensen te openbaren. Zelfs ik, kan ik niet waarschijnlijk praten met  zo’n  dergelijke overtuiging en getuigenis 

Lieve zusters en broeders, er staat in de de Bijbel, geschreven, dat het Rijk Gods komt met geweldige kracht en dat geweldige mensen er lid van kunnen worden. Niet geweldig in de zin van ongelofelijk knap, intelligent, maar mensen, die beslissingen durven nemen en zichzelf aanpakken.

Wij hebben nu de vraag, durft uw wel om God te verkondigen in uw worden en daden? Durven wij wel om hem een plaats te geven in ons leven? Zusters en broeders mogen ook wij effectieve verkondigers zijn van Gods liefde. En met een onverdeelde overtuiging mogen ook wij open zijn om Gods geest in ons leven te laten werken. Zodat wij in het proces alles met ons open hart doen, niet ons werk maar Gods werk. 

maandag 24 september 2018

Preek van zondag 23 september 2018 - "Wie een van zulke kinderen opneemt, neemt mij op"


Lezingen
Uit het boek Wijsheid (Wijsh. 2, 12. 17-20)

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus (Jak. 3, 16- 4, 3)
Uit het Evangelie volgens Lucas( Lc. 19, 38)



De meeste ruzies en spanningen in wereld, de moordpartijen en oorlogen worden geboren uit de onbeheerste drift om de eerste te zijn om meer en meer te hebben, deze egoïstische mentaliteit is gewoon een spiegel van de individualisme om ons heen. Wij lezen vandaag uit Marcus en ook Jakobus bericht daarover. Jakobus graaft hier zeer diep in onze ziel. Hij stelt de vraag waar ruzies en vechtpartijen vandaan komen? Zijn antwoord is heel formeel: ‘Gij begeert dingen die gij niet kunt krijgen.' De mens doet domme dingen omdat hij verlangt wat hij niet krijgen kan. En Jakobus voegt eraan toe: ‘Gij hebt niets omdat gij niet bidt.' Daar heb je het weer. De mens doet gevaarlijk gekke dingen, omdat hij geen gezag verleent aan het gezegde van een ander, van de Andere.

Dit verlangen om meer, een stuk van dit en dat te hebben spreekt wel ons allen aan. Ik denk dat het heel menselijk is om iets te willen, om iets te hebben. dit was ook zelfs de vraag tussen de apostelen van Jezus. Toen zonder begrip te hebben van wat het eigenlijk betekent om nummer een of het grootste te zijn.     

Laat mij uw nu een verhaal vertellen:
Er was eens een man die alle mogelijke vormen van rijkdom kende. Hij leefde een zeer confortabel leven, maar hij verveelde zich. Hij ging naar een wijze meester en vroeg hem: 'waar vind ik geluk?'.

De meester zei: 'als je mij vertrouwt, breng dan vanavond al je bezittingen naar mij toe en ik zal je laten zien hoe je gelukkig wordt.' En zo gebeurde het: de man verkocht al zijn bezittingen voor diamanten, deed die in een zak en kwam daarmee naar de meester.

Vol verwachting toonde hij zijn bezit... De meester dacht geen seconde na, griste de zak uit zijn handen en verdween. De man, die in zijn leven nog nooit had gerend, kon de meester niet achtervolgen en bleef alleen achter. Huilend.

Op het moment dat hij echt ten einde raad was, stond de meester opeens weer met de zak voor zijn neus. De man, die nu tranen van vreugde huilde, kreeg terug wat hem die ochtend nog verveelde. 'En?' zei de meester. 'Ben je nu gelukkig?'

Zusters en Broeders, wat maakt jou nu gelukkig? Het is wel een eenvoudige vraag maar toch een toch waar wij mee kunnen reflecteren. In de woorden van Jezus vandaag klinkt het wel dat wij niet eigenlijk geroepen zijn om te overheersen en meer hebben, maar om dienstbaar te zijn voor elkaar.

De Heer heeft natuurlijk niks tegen bezittingen en ook belangrijke posities. Nee, maar hij is wel tegen de neiging om eigendom te worden van wat we eigenlijk bezitten     

De uitdaging, de ander een voorrang te geven en niet zichzelf. Moeilijk he? Maar dit is echt in tegenstelling met onze huidige individualistisch concept van de wereld.  In andere worden zijn wij niet geboren om overheersende keizers te zijn maar als bruggenbouwers. Hetzelfde staat met evenveel woorden bij Marcus. De leerlingen discussiëren over de vraag wie de grootste is. Daarop geeft Jezus een plechtig antwoord: je zou beter de laatste zijn en dienaar van allen. Daarop zette Hij het kind in het midden als een voorbeeld voor ons allen.

Hier wordt het kind in het midden geplaatst omdat het kwetsbaar is en klein. Wie aan het spontaan verworpene echter de ereplaats geeft, vecht niet meer om de eerste te zijn. Het zwakste gaat ons dan voor. Het kind zal onze voorganger zijn. Wie dit aanvaardt, staat in Gods buurt. Wie dan nog vecht voor de verkeerde dingen in de wereld, staat heel ver van het Rijk Gods.

Zusters en broeders, mogen wij ook de geest van een kind in ons leven hebben, om meer waardering te hebben voor wat er is en niet voor wat moest nog. Wie altijd open en dankbaar is voor elke zegening dat komt uit Gods genade.

Amen.


Preek van zondag 19 november 2017 Diaconie-weekend

Diaconie-weekend

Het gaat in onze liturgische teksten en onze verkondiging vaak over ons vertrouwen op God. Vandaag gaat het echter over Gods vertrouwen in ons. Hij wantrouwt ons namelijk niet. Integendeel: God heeft alle vertrouwen in u en mij. Hij heeft ons, vertelt Jezus, zijn bezit toevertrouwd. Hij heeft ons zijn aarde in handen gegeven en die wereld moeten wij, ieder met zijn of haar eigen mogelijkheden, zien te maken tot het rijk van God. En of je nu heel veel of bijna niks hebt meegekregen, je mag niet stil zitten. Je mag niet je eigen talenten wantrouwen; je mag niet bang of lui gaan zitten toekijken hoe anderen de wereld verpesten of mooier en gelukkiger maken. Je mag je talent, ook al is het er maar één, niet ongebruikt begraven. Je moet er iets mee doen ten gunste van anderen en zo ten gunste van het rijk Gods. Ook als je maar weinig hebt, moet je groot zien te zijn in het kleine.
Vandaag, diaconie zondag is het ook het hart van onze viering, dat wij onze talenten gebruiken om een verschil te maken in het leven van de ander. Ja, Jezus zit niet eigenlijk zo ver van ons, hij is altijd rondom ons heen. 

Er is een verhaal over een vrouw die op een dag een bijzondere brief gekregen hebt. Er stond geen afzender op de envelopje het was ook niet gefrankeerd. Nieuwsgierig scheurde zij de envelop open. En ze las, “Beste Maria, ik ben vanmiddag bij je in de buurt en ik denk erover langs te komen. Veel liefs, Jezus.”

“oh jee”” dacht ze, “ik heb echt helemaal niets om hem aan te bieden. Nog geen klein koekje. Haastig, greep ze haar tas en haar portemonnee, maar toen ze haar portemonnee ook keek bleek het dat ze maar 5.50 euro’s had. “nou ja” “ik kan tenminste brood en beleg kopen.” Zij ging naar de markt om daar brood, beleg en een pak melk te kopen. 
Maar onderweg naar huis kwam zij twee kinderen tegen bij de deur van haar huis en die waren duidelijk dakloos. En ze zeiden aan Maria, sorry dat wij uw storen mevrouw wij hebben echt honger, kunt uw ons misschien een stuk brood. Maar Maria zei, “oh sorry maar ik verwacht vandaag een belangrijke bezoeker, en ik heb  hier ook net genoeg voor hem.” Dus toen ze het zei, de jongetje zei gewoon “hartelijk bedankt” en begon gewoon weg te lopen” Ontroerd op wat zij zag, riep zij aan de kinderen. “wacht!” “hier, eten jullie het maar op, ik vind wel iets anders om mijn bezoek aan de bieden.” Met een stralende glimlach gingen de kinderen weg. 

“ja” dacht nu MARIA, WAT GA IK NU DE HEER AANBIEDEN. IK HEB HELEMAAL NU NIETS MEER.” Maar dan kwam er weer een briefje, “dat is gek” zei ze. “de post komt toch niet twee keer op een dag?” 
En ze opende het envelopje en laz; “beste maria, dankjewel voor het lekkere eten. En ook voor uw aardigheid. Het was erg fijn om je te ontmoeten, Liefs, Jezus.”
Zusters  en broeders, hoe gebruiken wij onze eigen talenten?

Eigenlijk, God vraagt ons niet wat we deden, hoog of laag op de maatschappelijke ladder. Hij vraagt ons of we het met de nodige inzet hebben gedaan en of we onze talenten - veel of weinig - hebben gebruikt voor zijn koninkrijk. 

En zijn koninkrijk is: een wereld waar zorg is voor elkaar, waar grote eerbied is voor de ons toevertrouwde schepping en waar vrede en gerechtigheid is tussen allerlei mensen en volken. Het is een koninkrijk in dient tot elkaar… [heel passend voor onze diaconie zondag.]
Telkens als wij - hoe klein of onopvallend ook misschien - die wereld van God een klein beetje dichterbij brengen door onze talenten te gebruiken. Telkens als we ons hart en onze handen, onze tijd geven aan anderen zijn we (wat Paulus noemt) ‘kinderen van het licht'. 
Kinderen van het licht graven hun talenten niet in uit gemakzucht, angst of zelfbehoud en ze stellen het ook niet almaar uit om goed te doen, want de dag dat je je verantwoorden moet komt als een dief in de nacht, schrijft de apostel. 

Doe dus wat je kunt - leert de parabel - God rekent op ons om het vandaag te doen.

Pater Sedfrey Nebres svd

Preek van zondag 25 februari 2018 - 2e zondag 40-dagentijd

Lezingen
Uit het Boek Genesis (Gen. 22. 1-2. 9a. 10-13. 15-18)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome (Rom. 8, 31b-34)
Uit het Evangelie vvolgens Marcus (Mc. 9, 2-10)



We dromen allemaal van een stukje hemel op aarde. Maar wat moeten we ons voorstellen bij dat stukje hemel. Daar is een mooi verhaaltje over. Misschien kent u het wel. 


Er was eens een heel brave man die één grote wens had dat hij een keer de hemel en de hel mocht zien. En omdat hij altijd zo goed geleefd had, stond God hem die gunst toe. 

En God nam hem mee en bracht hem bij een heel grote zaal. 'Dit is de hel', zei God. De man zag een grote zaal met tafels vol met heerlijk eten. Er stonden prachtige bloemen in de zaal en alles was even mooi. Aan de tafels zaten allemaal mensen, maar die keken allemaal heel verdrietig want ze hadden allemaal stijve armen zodat ze niets van dat heerlijke eten naar binnen konden krijgen, hoe hard zij het ook probeerden. De man knikte. Hij begreep het. Dit was de hel.Toen gingen ze naar de hemel. En weer kwamen ze in een grote zaal met tafels vol met heerlijk eten. Ook daar was alles even prachtig en mooi net zoals in de hel. En aan de tafels zaten mensen, net zoals in de hel. En al die mensen hadden ook stijve armen, maar ze keken allemaal heel blij. Het was één groot feest in deze zaal. En de man zag hoe de mensen met hun stijve armen bij hun overburen het eten in de mond stopten. Ze konden met hun stijve armen niet bij hun eigen mond komen, maar wel bij die van hun overburen. Dat was de hemel.

De mensen in de hel kwamen niet op het idee om elkaar te helpen; daarom zaten ze ook in de hel en gingen ze dood van de honger. Maar in de hemel dachten de mensen niet aan zichzelf, maar aan de anderen. En daarom bleven ze leven en waren ze in de hemel. De man knikte, hij had het begrepen.


Die hel en die hemel uit dit verhaaltje vind je overal in de wereld. In het evangelie van vandaag hoorden we dat Jezus en zijn gezellen ook even een hemelse ervaring hadden, en dat is natuurlijk prachtig, geen wonder dat de leerlingen daar wel willen blijven. En Jezus voelde zich door Elia en Mozes… gesterkt in zijn droom om het rijk der hemelen uit te dragen en werkelijkheid te maken maar hij besefte ook heel goed dat hij door voor aan het werk moest, en dat hem daarbij nog een hoop moeilijkheden te wachten stonden. Daar liet hij zich niet door afschrikken, hij bleef geloven in zijn ideaal van het rijk der hemelen. En in alle toonaarden komt het in zijn prediking steeds weer naar voren: in dat rijk der hemelen is het nodig dat je niet voor je zelf alleen zorgt maar dat je een helpende hand reikt naar de mensen om je heen. Dan kan er ook in deze wereld, die voor sommigen op een hel lijkt, toch een stukje hemel werkelijkheid worden.


De worden in het evangelie vandaag ”Dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem!“ – roept ons aan om toch eens gewoon te doen wat die stem ons vraagt.  Laten we toch gewoon eens naar die geliefde zoon luisteren. En daar zegt Jezus: “ De koningen heersen over hun volkeren, en de machtigen laten zich “weldoeners” noemen. Bij jullie mag dat zo niet zijn. De grootste onder jullie moet worden zoals de geringste, en de leidende moet worden zoals de dienende. Wie van beiden is de grootste? Diegene die aan de dis aanzit of diegene die bedient? Natuurlijk diegene die aan de dis aanzit, Ik echter ben bij u zoals degene die bedient.”   In die enkele zinnen wordt ons duidelijk dat Gods handleiding voor een gelukt leven al onze gebruikelijke opvattingen overhoop gooit.  “Luister naar Hem!” betekent zo veel als: Hij heeft een alternatief programma, dat niet alleen werkt als je “bovenaan” op het trapje van het succes staat. Zijn recept voor een succesvol leven gaat zelfs niet over de termijn succes in de zin van onze wereld georiënteerde begrip, maar het gaat over vruchtbaarheid in onze inzet tot de voltooiing van Gods rijk in de wereld… het houdt ook stand in de vlakte en in de grauwe onverschilligheid van het leven van alle dag. 


Lieve zusters en broeders laten wij ons hart openen in dit seizoen van de viertigdagentijd om instrumenten te zijn van de hemel op aarde. Zodat wij ook onze heer Jezus kunnen laten zien en ervaren aan de minste van onze zusters en broeders. 


Pater Sedfrey Nebres svd