zondag 22 maart 2020

VIERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD (Jaar A)

VIERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD (Jaar A)
Zondag 'Laetare"

Eerste lezing: Uit het eerste boek Samuël, 16, 1b. 6-7. 10-13a.
Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze, 5, 8-14.

Evangelie volgens Johannes, 9, 1-41.


Beste mensen,

Wat zijn deze dagen? Corona virus of covid 19. We weten allemaal wat gebeurd is om ons heen. Het zijn wereldwijde angst en zorgen geworden voor iedereen. Wanneer zal het overgaan? We weten het nog niet. Wat wij kunnen doen, is lekker thuis blijven. Wij moeten afstand nemen van elkaar. Vele vragen zijn er gekomen. Waarom? Wat is er gebeurt in ons leven? 


In het evangelie van vandaag horen wij ook de vragen van de leerlingen. “Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders? Nee, Hij niet en zijn ouders ook niet. Maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.” Antwoord Jezus. Het gaat niet over de oorzaak en gevolg of wie dat gemaakt heeft.  


Maar in feite is dat hij zo. Blind en bedelaar.In feite is het helemaal donker. Kijk niet naar het uiterlijk. Feit is dat het corona virus de wereld aan het teisteren is, er zijn vele slachtoffers. 

Het is zeker dat, als wij naar de zieken kijken, als wij horen dat vele mensen zijn getroffen of overleden vanwege corona virus, word ons hart bedroeft en zijn wij sprakeloos. Ook als wij naar de degenen die in moeilijkheden kijken en zo voort. Voelen wij echt met hen mee. Het is ergen vreselijk voor allen!

Beste mensen, wij zijn kwetsbare mensen. Het lijden willen wij natuurlijk helemaal niet. We proberen om het te voorkomen en vermijden, maar als het toch gebeurt dan rest ons overgave en ook tijdens deze overgave kunnen wij verder kijken. Het lijden is erin aanwezig, maar ook compassie, aandacht voor elkaar. Grote solidariteit. Aan de ene kant is lijden erg zwaar, verdriet, pijn voor degenen die lijden, maar aan de andere kant raakt het je hart diep. Het lijden wekt onze menselijkheid, aandacht en solidariteit op. Het lijden verbindt en brengt mensen dichter bij elkaar. Omdat je hart geraakt wordt. We kijken naar de bedelaar, ook een blinde man toen hij alleen was. We kunnen ons voorstellen als je blind bent dan is het helemaal donker. Weinig of misschien helemaal geen contact met de mensen. Door zijn ziekte of lijden zijn mensen verbonden met elkaar. De farizeeën, de ouders, en de leerlingen.

Om ons heen zegt en waarschuwt iedereen elkaar. Doe voorzichtig, altijd handenwassen, afstand nemen anderhalve meter of meer. Thuis blijven, we bidden voor elkaar, geef elkaar bemoediging en zo voort. Door deze manier komen mensen bij elkaar. En zijn wij verbonden.

Het is waarschijnlijk anders als wij allemaal gezond zijn, het ziet er goed uit, iedereen is goed bezig met zijn werk. Maar voorlopig is dat niet zo. wij nemen een beetje afstand. Ik zie jullie nu natuurlijk niet maar toch zijn we verbonden met elkaar in het diepe hart en in de gebeden. 


Volgens de liturgische kalender zijn deze dagen eigenlijk een tijd om afstand te nemen, niet allen van het corona virus maar wel een tijd van bezinning, veertigdagentijd-vastentijd. Afstand nemen van al waar we verslaafd aan zijn. Een tijd voor familie, thuis-voelen. Een tijd om goed te kijken met open hart. Een tijd om goed te luisteren naar de stem van God, een tijd om terug te keren, een tijd om zelf te kijken hoe kwetsbaar we zijn. Het is wellicht niet wat wij willen maar dat kunnen we wel doen zolang we de hele dag thuisblijven. We mogen deze moeilijke tijd  “woestijntijd” noemen voor ons zelf.


Als het woestijntijd is dan geloven wij wel dat vandaag niet het einde is. De blinde man weet niet precies wanneer hij Jezus tegen gaat komen. Wat hij weet nadat Jezus hem geneest is dat hij kon zien. Dat was het. De goede tijd zal zichtbaar worden. Het wonder. Het licht zou komen. Laten wij samen luisteren met de blinde man naar de stem van God. “Gelooft u in de Mensenzoon?” en bidden wij:  


“Ik geloof Heer. God, kom ons te helpen, Heer haast u ons te helpen. God redt ons”

Amen














maandag 10 februari 2020

Vijfde zondag in het jaar (A)

Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja, 58, 7-10.
Tweede lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 2, 1-5.
Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 5, 13-16.

5e Zondag ( A )

Afgelopen Zondag zijn we wat dieper ingegaan op de woorden van Simeon in de tempel, toen hij het Kind Jezus in zijn armen nam en zei:” Dit Kind zal een Licht zijn voor de volkeren ” en op het Woord van Jezus: “Ik ben het licht der wereld”,  alsook : ”Jullie moeten het licht der wereld zijn”. Van ons, zijn navolgers, wordt verwacht dat wij, geïnspireerd door zijn leven en zijn woorden, een lichtbaken zijn voor de mensen om ons heen door onze manier van denken en handelen.
Vandaag zullen we wat dieper ingaan op Jezus’ woorden in het Evangelie: ”Jullie zijn het zout van de aarde”.
Wanneer vlees wat langer bewaard wordt, dan wordt dit flink gezouten om het niet te laten bederven.
Zout geeft bovendien smaak aan onze maaltijden. Degenen die om een of andere reden een zoutloos dieet moeten gebruiken, weten maar al te goed, hoe moeilijk het in het begin is om daaraan te wennen. En ook al zeggen velen: ”Och je went er wel aan”, toch denk ik dat de meesten, wanneer de dokter zou zeggen: ”u mag weer zout gaan gebruiken”, ze weer heel gauw naar het zoutvaatje zullen grijpen want zou maakt het eten toch wat smakelijker.

Aan mensen die een lage bloeddruk hebben, wordt integendeel nog al eens aangeraden om regelmatig een beetje zout in te nemen om de bloeddruk wat op te krikken. Zout kan ook stuwing en kracht aan het menselijk lichaam geven.

Als navolgers van Jezus krijgen we de taak om ervoor te zorgen dat het leven in de wereld, in de maatschappij niet bederft. Er is veel moreel bederf in onze wereld. We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien hoe vele waarden van het leven gevaar lopen: eerlijkheid is dikwijls ver te zoeken: hoe dikwijls horen we niet dat mensen van coöperaties of andere instellingen, de verleiding niet kunnen weerstaan en geld dat voor de gemeenschap bedoeld is, in hun eigen zak steken. En dat tot in de hoogste regionen toe. We zien en horen dat verschillende Banken die de hoofdoorzaak waren van de financiële en economische crisis 10 jaar geleden, niets geleerd lijken te hebben en opnieuw hun risicovolle praktijken weer hebben opgepakt en zich niet bekommeren of dat in de toekomst niet opnieuw een crisis kan veroorzaken. Maar ook in het klein komen we nog al eens mensen tegen die het niet zo nauw nemen met eerlijkheid: gelden die ze voor de gemeenschap beheren, gebruiken ze voor hun eigen voordeel. Geld is als vuur in onze handen”, zegt een bekend gezegde. Je hebt een open en eerlijke geest nodig alsook een sterke geest om te kunnen weerstaan aan de verleiding om dat niet voor je eigen gewin te gebruiken. Hopelijk zijn wij in dit opzicht een lichtend voorbeeld voor de anderen en een getuigenis van transparantie en eerlijkheid voor de maatschappij en in die zin : “Zout van de aarde”.                                                                                                    

Maar ditzelfde geldt voor vele andere waarden in het dagelijkse leven die verloren dreigen te gaan zoals respect voor de andere personen: hoeveel discriminatie van bevolkingsgroepen komen we niet tegen, bijvoorbeeld van Moslims of dé buitenlanders, vluchtelingen, migranten, homo’s of transgenders.                                                                                                               
Of neem de waarheid in een wereld waar het z. g. n. “fakenieuws” dikwijls de overhand dreigt te krijgen. Het cynische woord van Pilatus :”Wat is waarheid?” wordt tegenwoordig door veel mensen herhaald, in het bijzonder door politici die het niet zo nauw nemen met de waarheid en die verdraaien wanneer dat in hun straatje te pas komt. Dat z. g. n. fakenieuws heeft al voor veel onrust en verdeeldheid onder de mensen gezorgd.           
                                                                   
Of de rechtvaardigheid: de kloof tussen arm en rijk wordt ook in Nederland steeds groter, hoewel het de meeste Nederlanders goed tot zeer goed gaat. Het is onze taak om daar tegen te protesteren en iets te doen en in die zin zout der aarde te zijn en ons er niet gemakzuchtig vanaf maken met: ”Wat kan ik daar nu tegen doen?”. Wanneer ieder van ons op zijn plaats of werk voor een rechtvaardiger maatschappij strijdt, kan dat van grote invloed zijn op het geheel.

Zout geeft smaak aan het eten. Het christelijk leven moet smaak geven aan het dagelijkse leven van de mensen. Sommige mensen denken dat een christelijk leven betekent : zoveel mogelijk naar de kerk gaan, zoveel mogelijk bidden, altijd een serieus gezicht opzetten en je niet bezig houden met wereldse dingen zoals feestvieren en gezellig met elkaar samenzijn of uitgaan. Ik zou zeggen : het tegendeel. Hopelijk hebben de mensen het graag met ons te doen, omdat we van gezelligheid houden, het gezellig weten te maken in huis maar ook daarbuiten, mensen die een aangename sfeer weten te scheppen om hen heen. Want dat kan een teken zijn van de zorg om voor anderen het leven aangenaam te maken. Hopelijk zeggen de mensen van ons, christenen: “Wat een fijne mensen zijn dat; het is een plezier om met hen om te gaan”. Ook bij feesten en bijzondere gelegenheden kunnen we dat waar maken. Hoeveel afspraken of herstel van relaties gebeuren juist niet door iemand voor een etentje uit te nodigen? En horen we in het Evangelie niet dat Jezus verschillende keren deelnaam aan maaltijden waarbij Hij uitgenodigd was en Hij die gelegenheden benutte om de mensen te vertellen over wat hem bezielde?              
                                                                                                   
We horen Jezus verschillende keren zeggen: Zout en Licht voor de mensen of voor de wereld zijn. Gedoopt zijn, christen zijn betekent niet alleen voor jezelf een goed en deugdzaam leven leiden. Nee, we hebben de taak gekregen iets voor de wereld te betekenen. Niet voor niets voegt Hij achter de woorden over het zout, onmiddellijk de woorden toe: ”Jullie zijn het licht van de wereld… Jullie licht moet schijnen voor de mensen opdat zij jullie goede daden zien en jullie Vader verheerlijken die in de hemel is..”.
Op dit moment bestaat het gevaar dat de kerk, dat de parochie zich in zichzelf opsluit. We zien nog al eens dat mensen die nog wel praktiserend blijven, zich tevreden stellen met fijn bij elkaar samen komen en/of een mooie en goed verzorgde Liturgie op zondagen met mooie teksten en mooie gezangen of koren te hebben. Daar is niets op tegen… integendeel! Maar we moeten niet denken dat dit voldoende is. Immers, dit kan in een soort “navelstaren” ontaarden: alleen maar met je zelf of je eigen gemeenschap bezig zijn. Dat is te begrijpen in een tijd waarin steeds minder mensen naar de kerk gaan en steeds minder mensen belangstelling lijken te hebben voor kerk en Evangelie. Maar in het Evangelie horen we heel dikwijls dat we op de een of andere manier iets voor de wereld moeten betekenen en dat we allemaal de taak hebben om zo te leven en te werken dat door ons de maatschappij beter wordt en meer in overeenstemming zoals God die wereld heeft bedoeld.

Het laatste Vaticaans Concilie heeft hier al over gesproken wanneer ze in een document zegt: “De Kerk moet het Licht van de wereld zijn”. En Paus Franciscus herhaalt voortdurend dat de wereld als een groot veldhospitaal is waar vele mensen ziek zijn en voor wie wij de taak hebben om manieren te zoeken die hen kunnen genezen van hun teleurstelling, hun wanhoop, wellicht hun woede voor wat hen is aangedaan of wat ze meegemaakt hebben en hen bijstand bieden in hun zoektocht naar geluk. Hij spreekt voortdurend over een missionaire kerk en - parochie. Een parochiegemeenschap mag zich niet tevreden stellen met een goede liturgieverzorging maar moet middelen blijven zoeken om van betekenis te zijn voor het goed functioneren van de maatschappij en zich in het bijzonder inzetten voor de zwakkeren daarin. Een parochie bovendien waarin de barmhartigheid een sterk kenmerk is : barmhartig t.o.v. die mensen die wellicht niet helemaal de regels van diezelfde kerk volgen of dikwijls om een of andere reden niet kunnen volgen.  Open staan voor mensen die zeggen dat ze in niets geloven, een luisterend oor voor hen hebben, hun opvattingen serieus nemen. Maar ook een luisterend oor hebben voor mensen die je voor de zoveelste keer hun verhaal willen vertellen, een verhaal dat dikwijls vol zit met teleurstellingen, leed of opgekropte woede vanwege het een of ander dat ze meegemaakt hebben of hen aangedaan is.                                                                                                   

Wij, christenen hebben in de ene hand de Bijbel, de Hl. Schrift nodig en in de andere hand de televisie of de krant. We hebben het Woord van God nodig om ons te laten inspireren om de wereld beter te maken en bij te dragen aan een maatschappij die eerlijker, meer barmhartig en rechtvaardiger  is. Vandaar dat de Diaconie in verschillende vormen zo belangrijk is in een parochie gemeenschap.
Voortdurend moeten we ons de vraag stellen, zoals die zo mooi op de voorpagina van ons tekstboekje van vandaag wordt weergegeven : ”Zijn wij in de wereld zout en licht voor elkaar?

zondag 2 februari 2020

Maria Lichtmis - 2 februari 2020



Eerste lezing: Uit de profeet Maleachi, 3, 1-4.Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Hebreeën, 2, 14-18.
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 2, 22-40.


Vele ouderen onder ons kennen nog de term Maria Lichtmis. Maar wanneer je dan vraagt wat die uitdrukking betekent, dan moeten wellicht velen het antwoord schuldig blijven.                                          
Bij de hervorming van de Liturgie, na het Tweede Vaticaans Concilie, werd de term Maria Lichtmis veranderd in  :”De opdracht van de Heer in de tempel”. Hiermee werd de hoofd aandacht verschoven van Maria naar de Persoon van Jezus die als eerstgeboren zoon plechtig aan God werd toegewijd.                                                                                                          

Maria en Jozef  waren, zoals bij de Joden na de geboorte van een kind gebruik was, naar de tempel gegaan om daar een offer te brengen en ze ontmoetten daar twee oudere mensen: Simeon en Anna. We horen Simeon daar God dankzeggen voor de geboorte van dit Kind want, zo zegt hij, “dit zal bestemd zijn om het volk te redden van de duisternis van zonde, onheil, haat, ongeluk , wanhoop en vele andere soorten van duisternis die ons in het leven treffen. En dit Kind zal een licht zijn voor alle volkeren”.

Een jaar of 30 geleden, werd ik pastoor in een plaats in het binnenland van Paraguay waar nog geen elektrisch licht was. Het kostte me in het begin heel wat moeite om daaraan ter wennen en me te moeten regelen met kaarsen, petroleum- of karbiet lampen. Na een tijdje echter kwam er elektrisch licht. Vanaf dat moment veranderde het dagelijkse leven van de mensen totaal. Gingen ze daarvoor ’s avonds vroeg naar bed en bestond er praktisch geen nachtleven, nu organiseerden ze ’s avonds allerlei activiteiten en feesten. Was het voorheen ’s avonds, wanneer het eenmaal donker was, onveilig buiten en durfden de mensen, vooral de vrouwen, bijna de straat niet op en bleven de meeste mensen thuis, nu gingen ze juist als het donker werd en hun werk afgelopen was, naar buiten voor allerhande activiteiten.  Het dorpsleven kreeg in korte tijd een heel ander gezicht: je kende het bijna niet meer terug.
Sindsdien heb ik verschillende teksten van de Bijbel beter begrepen die spreken over het licht dat door de Profeten word voorspeld of over het Licht dat God voor ons wil zijn. Of wanneer Jezus zegt: “Ik ben het Licht van de wereld van de mensen”.                                             
Hij is het Licht van de wereld door zijn Woord en zijn leven. Ze zijn voor ons als een licht op ons levenspad. Door zijn woord laat Hij licht schijnen op God, zijn en onze Vader. Immers, door Hem weten we veel beter wie God is en welke weg leidt naar God toe. Immers, Hij heeft gezegd: ”Wie Mij ziet, ziet de Vader, wie Mij hoort , hoort de Vader..”. Hij heeft ons ook leren zien welke weg naar het werkelijke geluk in het leven leidt, in het bijzonder door niet zozeer aan zichzelf te denken als wel aan het geluk van onze medemensen, door onze openheid , eerlijkheid, door onze solidariteit. Naar zijn voorbeeld en inspiratie wordt van ons, zijn volgelingen, verwacht dat wij een licht zijn voor onze medemensen door onze manier van spreken en leven.                                                                                                

In en door Jezus is het Woord van de Profeten werkelijk vervuld: De duisternis van het leven van de mensen wordt door Hem op allerlei manieren verlicht.

Jammer genoeg zien we om ons heen heel wat duisternis in de wereld: je kunt er gemakkelijk door ontmoedigd worden: oorlogen, aanslagen , mensen die in armoede en onrechtvaardige situaties leven, vluchtelingen die op hun zoektocht naar een betere toekomst door mensensmokkelaars uitgebuit worden en in een gammel bootje op zee verdrinken. Daarbij ook veel onrechtvaardigheid van mensen die het goed hebben, bankiers die meer aan hun eigen zak denken dan aan het welzijn van de mensen en ga zo maar door. Alsook duisternis in de mensen om ons heen: ziekte en tegenslag, wanhoop soms of mensen die door politici tegen elkaar opgezet worden. Felle discussies over levensbeëindiging, zwarte Pietendiscussie en ga zo maar door.                                                  
En wellicht hebben we in ons eigen persoonlijk leven te maken met momenten van duisternis vanwege ziekte, tegenslag, teleurstelling, of depressies.

Jammer genoeg gedragen nogal wat politici zich niet zodanig dat ze een lichtend voorbeeld voor ons zijn. Integendeel! Wanneer we bijvoorbeeld sommige van hen hardop horen zeggen dat hun land op de eerste plaats komt en dat ze anderen alleen zullen helpen , wanneer hen dat goed uitkomt of tot voordeel strekt, dan inspireert dat meer tot een groeiend egoïsme en schadelijk individualisme dan tot een geest van solidariteit naar de andere mensen toe.

We zijn wellicht geneigd om pessimistisch te worden, wanneer we al dat negatieve om ons heen te zien en daardoor heel kritisch worden. Dan is het goed om ons dat Chinese spreekwoord te herinneren dat eigenlijk heel bijbels is: ”Klaag niet voortdurend dat er zoveel duisternis in de wereld om je heen is, maar steek zelf een kaars van licht en hoop aan. Wanneer vele mensen van goede wil dat doen, dan zal er een groot licht verschijnen dat de mensen in de wereld verlicht”.

Van de andere kant hoeven we ook niet al te pessimistisch te zijn: gelukkig is er ook genoeg positief licht in onze wereld. Op dit moment is er een televisieprogramma gaande waarin getoond wordt hoe in de wijken van verschillende steden gepoogd wordt om de mensen dichterbij elkaar te brengen: dit als tegenwicht tegen de vele berichten over wijken waar de mensen steeds meer uit elkaar groeien. Wanneer je zo iets ziet, dan denk je: “Oh er zijn naast het vele negatieve nieuws toch ook heel mooie positieve dingen aan de hand”. Of kijk alleen maar aan die man of vrouw die iedere dag trouw zijn/haar partner in een rondstoel ergens naartoe rijdt. Of de vele vrijwilligers die in de voedselbank aan het werk zijn of anderen die mensen die van het buitenland komen, de Nederlandse taal proberen bij te brengen. Of de vader die ik in Breda elke middag met zijn gehandicapte zoon voorzichtig langs mijn huis zag voorbij schuifelen. En zo zou ik nog vele andere voorbeelden kunnen aanhalen. Er zijn gelukkig ook heel wat mensen of gebeurtenissen die een licht zijn in onze wereld en die een tegenwicht vormen tegen de vele negatieve berichten die we dagelijks zien of horen.

Bij de Liturgie van het Doopsel wordt op zeker moment een kaars aan de Paaskaars aangestoken, symbool van de Verrezen Heer. Daarbij wordt gezegd:” Ontvang het licht van de Verrezen Heer Jezus Christus.. Laat U in uw leven inspireren door zijn woorden en leven.. En wees een licht voor de anderen door uw manier van spreken en handelen..”. Inderdaad, dat is een taak die wij, navolgers van Jezus, allen hebben gekregen. We ontvangen het Doopsel niet alleen voor onszelf als wel ook om voor anderen een licht te zijn, het leven van anderen dragelijker te maken, ervoor te zorgen dat er meer zorgzaamheid en solidariteit onder ons heerst, dat we werkelijk als broeders en zusters samenwonen.

In deze zin wil ik met de volgende tekst deze overweging eindigen:


God van mensen,
geef mij licht in mijn handen om uit te delen,
licht in mijn ogen om een lach te ontlokken,
licht in mijn oren om uw stem te vernemen,
licht in mijn hartstocht om liefde te zijn,
licht in mijn denken om uw dag te zien dagen,
licht op mijn schouders om vrede te dragen,
licht op mijn hoofd om een teken te zijn,
licht in mijn lied om uw goedheid te eren,
licht in mijn tranen om mensen te troosten,
licht in mijn hart om een licht voor anderen te zijn.

Overweging 3e zondag in het jaar (A)


Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja, 8, 23b – 9, 3.Tweede lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 1, 10-13. 17.Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 4, 12-23.

We kennen wellicht allemaal het verhaal van het Evangelie : de roeping van de Apostelen door Jezus. Maar eigenlijk , op de keeper beschouwd, is het toch wel een wonderlijk verhaal. Jezus ziet een stel vissers aan het werk, Hij roept ze om Hem te volgen, ze laten onmiddellijk alles achter zich en volgen Hem, zonder precies te weten waarvoor en waartoe Hij hen roept. Dat wordt hen pas later in de loop van de jaren duidelijk. Ze hebben een lange weg moeten afleggen totdat ze nu eigenlijk goed begrepen waar het uiteindelijk om ging. Wanneer ze alles van te voren geweten hadden, zouden het misschien nooit aangedurfd hebben en er wellicht nooit aan begonnen zijn.                                                                                                                   

Hoeveel keer heeft Jezus hen niet gezegd: ”Begrijpen jullie mij nu nog niet, na zoveel tijd?”. En soms wijst Hij hen terecht, bijvoorbeeld wanneer de leerlingen praten over zijn Rijk en welke belangrijke taken zij daarin wel zouden krijgen en Hij hen voor de zoveelste maal moest zeggen dat zijn Rijk geen werelds rijk is met veel geld en roem.. maar dat het veel meer te maken heeft met dienstbaarheid aan God en aan de mensen en dat dit niet altijd even gemakkelijk is en dikwijls gepaard gaat met lijden.

Maar is het te verwonderen dat zij zo lange tijd nodig hadden om alles te begrijpen wat Jezus met hen voorhad? Het is nogal wat… : een leven niet gericht op geld verdienen voor je familie of voor je zelf en je helemaal wijden aan het dienstbaar zijn aan God en aan de mensen. Dat doe je niet zomaar, dat ligt niet zomaar in je “dna”, dat gaat helemaal in tegen de manier waarmee  de meeste mensen in hun leven bezig zijn.

Bovendien, de apostelen waren eenvoudige mensen, zonder veel school, ruw volk zouden wij zeggen, dat door vele mensen gemeden werd, omdat ze niet goed raad met hen wisten, aangezien ze niet in het aanvaardbare maatschappelijke plaatje vielen en die ze eigenlijk in de grond van de zaak verachtten, want , zo zeiden ze, ze kenden de wet niet goed, leefden eigenlijk niet precies zoals je, volgens hun mening, eigenlijk zou moeten leven. Bovendien deden ze soms dingen die in de ogen van de z. g. n. vromen helemaal verkeerd waren.
Wanneer je de namen van verschillende Apostelen leest en tot je laat doordringen wat er van verschillende van hen gezegd wordt, dan krijg je ook niet een erg rooskleurig beeld van hen: Petrus die een opvliegend karakter had, in zijn goede momenten van alles beloofde, maar dat naderhand niet tot uitvoer bracht en uiteindelijk Jezus zelfs zou verraden, omdat hij bang was met Hem geïdentificeerd te worden en wellicht ook gevangen genomen zou worden.. Eigenlijk heel laf dus..                                                                                                        

Dan Matheus de tollenaar.. die dikwijls de mensen had opgelicht en veel van het belastinggeld in zijn eigen zak gestoken had. Het was dus niet te verwonderen dat de mensen niets met hem te maken wilden hebben en sommigen hem zelfs haatten. Maar juist ook hij werd door Jezus geroepen. Of die andere twee Apostelen, Johannes en Tadeüs die zichzelf zo belangrijk vonden, dat ze om de eerst plaats vroegen, wanneer Jezus eenmaal zijn Rijk zou gevestigd hebben… En Jezus hen moest zeggen dat diegenen de eerste plaats zullen bezetten die dienstbaar aan de anderen weten te zijn..                                                                                                                        

En dan tenslotte de tragische figuur van Judas. Degene  die het geld moest beheren en ja we weten het: wanneer je geld moet beheren, dan heb je een sterke geest van openheid, eerlijkheid en zuiverheid van karakter nodig. Want geld is als vuur in je handen waaraan je je gemakkelijk kunt branden. Het maakt de mens o zo gemakkelijk gierig, hebzuchtig en oneerlijk. En Judas liet zich door dat geld meeslepen en wel zodanig dat hij Jezus verried aan zijn tegenstanders..

Nee, alles bij elkaar genomen : geen verheffend ( rooskleurig) beeld van de Apostelen die door Jezus werden geroepen om zijn medewerkers te worden.. En toch: ondanks dat, heeft Hij ze geroepen.   
                     
                                                                                     
Een reden zal zijn : er bestaan geen volmaakte mensen in de wereld…  Of bent U er wel eens een tegengekomen?? Ik in ieder geval niet… Van iedereen is wel wat negatiefs te zeggen: ”Die man: wel een goede kerel, maar…”. En dan komt het wat tegen hem hebben.. of :  “Zij is wel een aardige vrouw, maar…”. En meestal springen die negatieve eigenschappen het eerst eruit, wanneer je niet oppast. Jezus roept geen heiligen op om Hem na te volgen en Hem te helpen bij de uitvoering van zijn taak. Nee , Hij roept de mensen op, zoals ze zijn, zoals wij zijn…

 Ja, want Hij roept ook ons op, zoals we zijn, met onze fouten gebreken en tekortkomingen, met onze hebbelijkheden en talenten, maar ook met onhebbelijkheden.. Hij heeft ons nodig, zoals we zijn. Daarom: we hoeven niet pessimistisch te zijn of een soort minderwaardigheidsgevoelen te hebben, omdat we niet zo goed zijn als we zouden moeten zijn of omdat we het eigenlijk niet zo goed doen als dat we het eigenlijk zouden moeten doen.                                     

Wel verwacht Hij van ons dat we tenminste ons inspannen om steeds betere instrumenten in zijn handen te worden. Wat Hij van ons vraagt is om eerlijk en oprecht dienstbaar aan Hem en aan de mensen te zijn, om in de omgeving waar we zijn of wonen, zijn Boodschap van barmhartigheid, liefde en vergeving uitdragen, door onze manier van praten maar veel meer nog door onze manier van leven.

We zien bij de Apostelen dat ze er in het begin niet veel van begrepen, maar dat ze langzamerhand, in de loop van de jaren, steeds meer snapten waar het om ging en dat ze steeds enthousiaster werden zodanig dat ze uiteindelijk enthousiaste verkondigers werden van de Boodschap van Jezus. Ze zijn door een proces gegaan dat soms niet gemakkelijk was en vol valkuilen.

Dat is een proces dat op gelijksoortige manier ook bij ons kan plaats hebben. Wanneer we ons eerlijk en oprecht inzetten om christen te zijn en Jezus na te volgen , Hem en onze medemensen dienstbaar te zijn, dan groeien we daar langzaamaan in. Dat is net als met volwassen worden in ons leven: dat is een proces dat op verschillende manieren gebeurt en door verschillende factoren wordt beïnvloed. Daar is tijd voor nodig. Maar vooral volharding en eerlijkheid tegenover ons zelf .

Dit wetend en erkennend kan ons wellicht ook meer verdraagzaam, tolerant maken t.o.v. de mistoestanden die we soms binnen de kerk of parochiegemeenschap tegenkomen, of fouten of tekortkomingen bij haar bedienaren of bij de mensen met wie we samenwerken. Zoals Jezus geen volmaakte mensen uitzocht om Hem na te volgen en Hem bij de uitvoering van zijn taak te helpen, zo zullen we ook in onze eigen kerk/parochie of in onze maatschappij, ook geen volmaakte mensen tegenkomen als wel mensen van goede wil die echter ook hun fouten en tekortkomingen hebben en hun schaduwzijden. In de mate dat we eerlijk onze eigen fouten en tekortkomingen kennen en weten te aanvaarden, zal het gemakkelijker zijn om die van anderen weten te accepteren en ermee weten te leven.
In ons Doopsel maar eigenlijk telkens opnieuw in ons leven, worden we als christenen door Jezus geroepen om Hem na te volgen, zoals de Apostelen, zoals wij zijn met onze talenten en goede wil, maar ook met onze klein menselijkheden, met onze schaduwkanten, met onze fouten en tekortkomingen.                                                                                             

Bidden we tot de Geest dat we daardoor niet ontmoedigd worden maar, ondanks dat, Hem en de mensen ten dienste staan. Alsook dat we de kracht krijgen om elkaar te aanvaarden en te waarderen zoals we zijn, onze fouten en tekortkomingen incluis,  en samen er ons voor inzetten om ieder onze roeping in ons leven waar te maken en samen te werken voor een betere maatschappij zoals God die graag ziet.  Amen.

vrijdag 3 januari 2020

Preek Oudjaarsavond 31 december 2019

Eerste lezing uit de eerste brief van Johannes 1, 18-21
Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 1, 1-18.




Beste mensen,

wij zijn historische schepsels. We horen altijd bij de verleden tijd, het heden of in de toekomst. Meestal zeggen mensen dat het verleden de geschiedenis is, het heden is de realiteit en de toekomst is de hoop. Alles verandert in de loop van de tijd, in de loop van de jaren. Alles gebeurt ook in de tijd. Zowel wat we ons realiseren als wat we ons niet realiseren. Wij zijn dankbaar voor alles in het verleden, wat wij hebben meegemaakt en wat wij hebben gedaan. Vandaag is de werkelijkheid in onze gezichten. De tijd om te bezinnen, te herinneren en dankbaar te zijn en te bidden, dat wij tot nu toe nog ademhalen. Dat wij nog steeds gezond zijn. Dat wij hier bijeen mogen zijn. Dat wij elkaar in deze tijd ontmoeten. Sommigen denken misschien en zeggen, ja ik ben oud geworden, ik ben nog niet genoeg aan het leren, ik ga met pensioen, ik ben blij dat ik nog bij de familie kan zijn, dankzij God. Dat is de realiteit. Terwijl de toekomst nog een droom is en niemand weet wat er gaat gebeuren met ons leven, ons werk, onze diensten, onze familie, enzovoort. Maar de toekomst bevat altijd hoop, verlangens, een nieuw begin maken en waarschijnlijk is dat een uitdaging. Ieder van ons mag de vragen stellen, wie zijn wij eigenlijk? Wie ben ik in de toekomst? Wat is onze hoop, wat kan ik verlangen? En wat is de eindbestemming van ons leven of wat is de betekenis van alles?

Voor ons is het leven een gave Gods. Dat betekent dat het leven in het begin oorspronkelijk gepland was en leidde tot bepaalde doelen, tot een bepaalde tijd. Vanaf het begin wisten we nooit dat we in deze wereld zouden leven. Als dat zo is, hebben we goede redenen om ze te reflecteren.

We naderen het nieuwe jaar. Wat zullen we allemaal gaan doen? Wat gaan we meemaken? Een nieuw jaar is altijd  een tijd van verwachting. Misschien kent ieder van ons al een deel van zijn plannen, afspraken, dromen enz. in de toekomst, maar de toekomst is nog steeds vaag. Wie kent morgen? Het nieuwjaar is nog steeds een lege bladzijde, nog donker, een mysterie. Ook een uitdaging net als in de eerste lezing. Het toont ons een voorbeeld van de vele uitdagingen in ons dagelijkse leven. Het ontstaan van de antichristus. Dingen die ons tegenhouden in ons leven, die  tegen het licht en dat leven zijn. Daarin zitten uitdagingen, moeilijkheden, onzekerheden enz. Dat is de voorspelling die altijd zal uitkomen in het leven. De ervaring van op en neer. Up en down.  

Maar in het evangelie luisteren wij vandaag naar het licht en de zekerheid. In het begin was het Woord, het Woord is bij God en het Woord was God. Het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in zijn macht gekregen. Als onze leven een reis is dan hebben wij het licht nodig in het “donker” of duister nieuwjaar, hebben wij God altijd nodig als onze begeleider, als een vriend, als de kracht in ons leven. Het evangelie toont ons de zekerheid, voor ons reizen tijdens het nieuwe jaar, dat we niet in de donker blijven. Dat God ons niet in de steek laat, maar in het Licht en de zekerheid. In vertrouwen in God vinden we de betekenis en het doel in het leven.

Laten we opnieuw beginnen in het nieuwe jaar met vreugde en veel geluk. Tegen God mogen we zeggen: God, leid ons leven naar uw Licht. Tegen elkaar mogen wij zeggen: “Together we can” Samen kunnen wij verder gaan in het Licht van Christus. 2019 is bijna vervlogen. 2020 staat al voor de deur. Een nieuw jaar met nieuwe dromen. Alles krijgt een nieuwe kleur. Veel geluk en vrede. Veel liefde voor elkaar. Aandacht voor de naasten. Het wordt een prachtig jaar! 

Amen.


zondag 29 december 2019

Preek van zondag 29 december - Feest van De Heilige Familie


Eerste lezing: Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach, 3, 2-6. 12-14.
Tweede lezing: Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse, 3, 12-21.
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs, 2, 13-15. 19-23.

Feest van de Heilige Familie ( A )
Enkele dagen geleden vierden we het Feest van Kerstmis : de geboorte van het Kind Jezus in Bethlehem. Vandaag neemt de Liturgie ons mee naar het leven van de Heilige Familie: Jezus, Maria en Jozef. Hun leven werd door de Kerk dikwijls als inspiratiebron en voorbeeld gesteld voor onze families.                                                                                   

Echter, om tegenwoordig over het familieleven te spreken is niet zo eenvoudig. Dat is immers zo ontzettend veranderd in de laatste 40 jaar. Heel veel stellen gaan eerst een tijd samenwonen en sommigen trouwen dan na een aantal jaren, maar er zijn ook velen die nooit officieel een huwelijk sluiten. En van het slinkend aantal huwelijken dat gesloten wordt, wordt gezegd dat bijna de helft na korte of lange tijd weer uiteengaat en het aantal scheidingen blijft nog steeds stijgen. Met alle gevolgen van dien vooral voor de kinderen maar dikwijls ook voor de partners zelf en hun familieleden. Zo’n scheiding laat dikwijls nog jaren lang haar sporen na.. Hoeveel alleenstaande moeders hebben we niet? En zelfs alleenstaande vaders?  Allemaal situaties die 50 jaar geleden voor de katholieke kerk ondenkbaar waren.         
                                                                      

Moet de kerk in deze situatie het ideale huwelijk blijven propageren, vragen velen zich af? Moet de kerk geen andere manieren gaan zoeken om de mensen te begeleiden die dikwijls daaronder veel te lijden hebben?  De kerk is inderdaad op zoek, hoe met deze gecompliceerde situaties om te gaan en hoe de mensen daarin tot steun te zijn, zoals we verschillende keren bijvoorbeeld van Paus Franciscus horen.
Wat uit heel deze situatie duidelijk blijkt, is het feit dat het niet eenvoudig is om met twee mensen een huwelijksband op te bouwen, dat het niet zo is, zoals in nogal wat films wordt voorgesteld alsof dat het huwelijk het “happy end”  is en alle moeilijkheden daarmee worden opgelost. “Integendeel”, hoor ik veel van U zeggen, “dan begint het pas…”.  Immers, om tot een goed huwelijksleven te komen zijn heel wat opoffering, inspanning, geduld en zelfdiscipline nodig, is er dikwijls een lange weg te gaan.
In de Tweede Lezing van vandaag, de brief van de Hl. Paulus, komen we een aantal raadgevingen tegen om tot een goede verstandhouding tot elkaar te komen: in het huwelijksleven maar eigenlijk in elke situatie waar personen met elkaar samenwonen en/of samenwerken. Zeker in onze maatschappij die steeds multi cultureler wordt met mensen afkomstig uit veel andere landen, met hun verschillende ideeën en levenswijzen. In die zin is dit een Lezing die voor ons alle geldt : zowel gehuwden als ongehuwden, zowel Mensen met een Nederlandse als anderen met een niet Nederlandse afkomst/achtergrond.
Op de eerste plaats raadt Paulus ons aan om bescheiden te zijn, geduldig en goed voor elkaar. In ons dagelijks leven zijn we o zo gemakkelijk geneigd om eerst aan onszelf en dan pas aan het welzijn aan anderen te denken. (Daar betrapte ik laatst mezelf op, toen er een treinstoring was en er bussen als vervanging werden ingezet. Er waren te weinig bussen, dus de mensen begonnen te dringen want iedereen, ook ikzelf, wilde wel een plaatsje in de bus hebben om niet al te laat thuis te komen met het gevolg van dat het een dringen en duwen werd van ja welste).
Hoe moeilijk kan het ook zijn om geduld met elkaar te hebben, te erkennen dat de ander anders is en denkt dan ik, dat ik de mezelf moet overwinnen om niet mijn denk- en handelswijze aan de ander op te leggen maar de ander de ruimte te geven om op zijn/haar manier te spreken en te handelen.
Verdraagt elkaar, zegt St. Paulus. Misschien moeten we nog wel een stapje verder gaan als elkaar verdragen. Wellicht is de volgende noodzakelijke stap : elkaar waarderen in zijn/haar anders zijn dan ik.                                                             

En wellicht nog een stap verder: ook bereid zijn om van elkaar te leren. Ze zeggen wel eens dat heel het leven een leerproces is en dat je nooit te oud bent om te leren. Inderdaad, als we bescheiden zijn en niet alleen onze eigen haan willen doen kraaien, dan kunnen we in verschillende opzichten veel van elkaar leren.                                        De moeilijkheid hierbij is, dat we heel dikwijls eerst de negatieve kanten van de ander zien en hem/haar daarop beoordelen of veroordelen. En daarna misschien pas de positieve kanten. Dat is een hele kunst, dat vraagt een verandering van mentaliteit om eerst de positieve kant van iemand anders te zien en te waarderen. Maar als je daartoe in staat bent, dan gaat het leven er dikwijls heel anders uitzien en wordt het samenleven een stuk gemakkelijker.

Vervolgens zegt Paulus :”Vergeeft elkaar”. Wie van ons durft te zeggen dat hij/zij alles goed doet en geen vergeving nodig heeft? Hoe eerlijker je tegenover jezelf bent, hoe meer je ontdekt welke zwakheden je hebt en waarin jij je leven beteren moet. Vergeving is in de samenleving met mensen onder elkaar belangrijk: tegenover elkaar erkennen dat we iets verkeerd gedaan hebben en , zo nodig, zich daarvoor verontschuldigen en/of vergeving vragen. Hoe dikwijls lopen relaties stuk omdat de mensen niet de kracht en de moed hebben om zich te verontschuldigen. Diep in hun hart weten ze wel dat ze fout geweest zijn, maar om zich daarvoor te verontschuldigen of vergeving te vragen is voor vele te moeilijk, een stap te ver…Terwijl, wanneer we daartoe wel in staat zijn, die relaties weer een stuk beter kunnen worden.   
                                                                                                         
Paulus voegt hier aan toe: “Zoals God ons vergeven heeft”… In een passage van het Evangelie zegt Jezus: ”God zal je vergeven in de mate dat je anderen weet te vergeven..”. Met andere woorden: de weg van de vergeving door God gaat langs de weg van onze vergeving aan onze naasten. Wanneer je goed over die woorden nadenkt, dan besef je dat we dikwijls nog een hele weg hebben af te leggen. 

Voor een goede verstandhouding met elkaar, zowel in het huwelijk maar ook in de samenleving , is dialoog, het eerlijk en open spreken met elkaar heel belangrijk, hoe moeilijk dit soms ook kan zijn. Het niet spreken met elkaar zegt soms nog veel meer en kan soms nog veel zwaarder te dragen zijn dan het openlijk met elkaar bekvechten in harde bewoordingen. Wanneer er geen dialoog/gesprek is, dan kunnen twee personen langzamerhand helemaal uit elkaar groeien totdat het uiteindelijk tot een definitieve scheiding komt.                           

Ik had eens een gesprek met een echtpaar dat van elkaar scheidde wilde. Toen we naar de oorzaak van hun aflopende relatie aan het zoeken waren, zei de een op een gegeven ogenblik tegen de ander:” Indertijd heb je me iets gezegd wat ik nooit meer vergeten ben”. De ander echter vroeg: ”Maar wat heb ik dan gezegd; ik kan me dat echt niet herinneren? ”Waarom heb je me dat nooit gezegd?”. Door datgene wat de ander gekwetst had, niet uitgesproken te hebben, door er niet samen over gesproken te hebben, was wat een van hen gezegd had, een eigen leven gaan leiden en als een kanker gaan woekeren in hun beider relatie. Indien ze bijtijds hier samen over gesproken hadden, was dit wellicht te voorkomen geweest. Nu was het al zover gevorderd dat hun verhouding helemaal verziekt was en niet meer herstellen.                                                                                                           

Zoals het spreekwoord zegt dat het beter te voorkomen is dan te genezen, geldt dit ook voor onze onderlinge verhoudingen: wanneer we bijtijds met elkaar spreken over datgene wat ons dwars zit, kan een relatie dikwijls gered en soms zelfs verbeterd en verdiept worden.

Tenslotte, beste mensen, raadt Paulus ons aan om in ons leven dankbaar te zijn. Een Arabisch spreekwoord zegt dat een leven zonder dankbaarheid niet waard is om geleefd te worden. Dankbaar zijn in het bijzonder voor elkaar. We zijn aan elkaar gegeven om elkaar gelukkig te maken. Wanneer je zo’n houding hebt, dan kun je steeds meer positieve eigenschappen in de ander ontdekken, die waarderen en ervan leren. Dan zal het ook veel gemakkelijker zijn om met elkaar goed samen te leven, ondanks onze verschillen van karakter, meningen en levenswijze. Dan zullen we evenals de Hl. Familie gelukkig met elkaar kunnen zijn. Dat wens ik U van harte toe! Amen.

maandag 14 oktober 2019

Preek van zondag 13 oktober 2019 - Installatie pater Eko Sylvester svd


2 Kon. 5,14-17
Tim. 2,8-13
Luc. 17, 11-19




Zowel de Eerste als de Derde Lezing ( Evangelie) van vandaag beschrijven iets wat voor ons wellicht niet zo bijzonder is, maar voor de Joden van Jezus’ tijd wel: een niet Jood uit Syrië, Naäman, wordt van zijn melaatsheid genezen door zich onder te dompelen in de Joodse rivier de Jordaan. In het Evangelie horen we hoe Jezus enkele Samaritanen, vijanden van de Joden, genas. Bovendien waren dat mensen die melaats waren, personen die door de Joden verafschuwd werden omdat ze, volgens hen, onrein waren.
Jezus toonde, in de goede zin van het woord, een grensoverschrijdend of, als u wilt, een grensverleggend gedrag.                                                                         

Voor de Joden iets dat hun de wenkbrauwen deed fronsen want zij waren ervan overtuigd dat God op de eerste plaats zich om hen zou moeten bekommeren en niet om die “buitenlanders”. Ze hadden de mentaliteit die we ook in onze tijd weer kunnen horen : “ Ons land en onze cultuur op de eerste plaats”, n.a.v. die bekende zin “America first”. Een niet erg Bijbelse gedachten gang: zowel de profeet Elias als Jezus dachten en handelden heel anders, overtuigd als ze waren dat iedereen in de ogen van God gelijk is en dat iedereen recht heeft op erkenning en geluk. Ze vertoonden, in de goede zin van het woord: ”grensoverschrijdend of grensverleggend gedrag”.
Een van de kenmerken van een missiecongregatie zoals die van het Goddelijk Woord, de SVD, is de aandacht voor de wereld en haar problemen, aandacht voor de mensen in de wereld die verstoken zijn van datgene waaraan wij hier heel gewoon zijn zoals welvaart, comfort en een goede rechtspleging. In die zin tonen ze grensoverschrijdend of grensverleggend gedrag tonen.                                                         

Om die reden zijn in de afgelopen eeuw duizenden missionarissen van de SVD, maar ook van vele andere Congregaties, naar alle delen van de wereld getrokken om daar het Evangelie te verkondigen. En ze werden daarbij heel gul ondersteund door de mensen hier in Nederland.   
Die tijd is nu voorbij. Bijna niemand gaat nog hiervandaan om daar als missionaris te werken. Maar er is nu iets anders gebeurd, iets wat we ons vroeger nooit hadden kunnen indenken: priesters, broeders en zusters uit die landen waar wij vroeger gemissioneerd hebben, komen nu hiernaartoe om pastorale/missionaire taken uit te voeren. (Onze pater Eko is een van hen). Wij, Nederlanders, zijn daartoe niet meer in staat, aangezien bijna geen jonge mensen meer daartoe bereid zijn. In heel Nederland zijn op dit moment meer dan 200 priesters uit het buitenland werkzaam!

Verschillende mensen denken wellicht, dat zij de vroegere pastoor en kapelaans komen vervangen. Dat is maar gedeeltelijk waar. Immers, een priester zoals p. Eko is lid van de Congregatie van de Missionarissen van het Goddelijk Woord”. Hij is als missionaris hiernaartoe gekomen en niet louter als parochiepriester. Hij heeft een speciale Missie gekregen om die hier uit te dragen. Hij is hierheen gekomen om, zoals de Profeten en Jezus, grensoverschrijdend of grensverleggend te werk te gaan.

Het woord Missie en Missionaire Parochie worden tegenwoordig op veel plaatsen in Nederland ook door de Bisschoppen, Priesters en pastorale werkers gebruikt. Zij geven daarmee aan, dat wij allen, krachtens ons Doopsel en Vormsel, ons niet alleen met ons eigen persoonlijk, individueel heil moeten bezig houden als wel ons ook inzetten dat de Blijde Boodschap van het Evangelie gestalte krijgt in de wereld om ons heen. Dat is een goede zaak waar wij, de Missionarissen van het Goddelijk Woord, helemaal achter staan.

Maar daarbij willen we nog iets meer. We willen speciale aandacht besteden aan verschillende aspecten van deze Missie, aspecten die bij de gewone zielzorg soms een beetje in de schaduw blijven vanwege het vele werk. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wereldwijde karakter van die Missie te benadrukken: oog blijven houden voor de mensen en hun problemen in de wereld. Ons niet blind staren op alleen maar onze eigen omgeving en haar problemen. Het gaat erom contact te zoeken met de Moslims om ons heen en een vriendschappelijke relatie met hen opbouwen. Alsook Migranten en vluchtelingen bij te staan om een betere toekomst op te bouwen. Daarbij willen we ook speciale steun geven aan aspecten waarvoor deze parochie gelukkig al oog heeft : Bijbelapostolaat dat op een bijzondere manier zich manifesteert in de Bijbeltuin hier, alsook zorg voor mensen die het niet zo goed getroffen hebben als wij.           

We zijn hier niet alleen naartoe gekomen om het priestertekort op te vullen en de taken van pastoor en kapelaan op ons te nemen, als wel om speciale aandacht te geven aan de zojuist genoemd missionaire uitdagingen. We zijn hier gekomen als Missionarissen van het Goddelijk Woord om dat Woord op een grensverleggende manier te verkondigen, zodat deze parochie steeds meer een missionaire parochie wordt.

Maar dat kunnen wij niet alleen. Daar hebben we u voor nodig. We zijn blij en dankbaar dat we gedurende het afgelopen jaar zoveel sympathie en medewerking van velen van u hebben mogen ontvangen. Met uw steun en uw hulp zullen wij deze missionaire taken goed kunnen gaan uitvoeren.
Beste mensen, zowel Elias als Jezus zelf zijn buiten de bestaande paden getreden als dat de mensen van die tijd gewoon waren. Zo willen wij, Missionarissen van het Goddelijk Woord, met u samen, speciale nieuwe missionaire wegen gaan, grensoverschrijdend of grensverleggend te werk gaan zodat onze parochie steeds meer een missionaire parochie zal worden. Wij staan als zodanig tot uw beschikking en dienst. Dat God ons allen daarbij moge helpen!

Amen.